Aron wil roeien met andere riemen

Wij zijn bij een financieel dienstverlener in Amsterdam, een groot en snel groeiend bedrijf dat internationaal werkt. De verdiensten zijn er uitstekend, dat is zichtbaar in het mooie oude verbouwde pand in de binnenstad.

Op onze gastenlijst staat hij als Aron aangemeld, maar de dertiger die de kapsalon binnenloopt stelt zich voor als E-ron.

Het gesprek gaat in een razend tempo. Aron weet soms niet waar en naar wie hij kijken moet in de spiegels. Tien minuten later staat hij enigszins beduusd weer buiten.

A: Huh, je heet toch Aron?
E: Ja maar mijn ouders noemen me E-ron, dat is mijn roepnaam.
A: Is dat gebruikelijk in jouw familie? Hoe heet jouw vader?
E: Jaap.
A: Dus jullie noemen hem Jeep.
E: [lacht] Nee, gewoon Jaap…
A: En je moeder?
E: Cecile…uh…ja verwarrend.
A: [chaotisch] Ja, verwarrend! Nou ja, wat kan ik voor je wegknippen?
E: Al mijn problemen.
A: Mooi! Dan pakken we de tondeuse! Snel en effectief!

M: Hoeveel problemen heb je eigenlijk?
E: Ik houd ze niet bij
M: Niet?! Waarom niet? Dat vind ik typisch iets voor iemand die de A en de E omdraait. Typisch…

E: Het grootste probleem is keuzestress over wat ik moet doen!
M: Maar weet je wat je wilt doen?
E: Ehh, nee…
M: Ja, dat geeft keuzestress en dat wordt natuurlijk niets.

E: Moet ik blijven of weggaan?
A: Waar, bij ons? Nee, blijf lekker zitten!
E: [lacht] Nee, bij dit bedrijf.
A: [lacht] Weggaan natuurlijk! Dat weet je zelf ook wel! Tssss. Nu het echte probleem…

E: Soms denk ik dat, ja….
M: Wat? Of dat het echte  probleem is?
E: Nee, dat ik wegga! Dat denk ik dan.
M: Hoe lang ben je hier al? Vijf of zes jaar?
E: Nee, vier jaar.
M: Precies dat! Tijd om te gaan toch?
E: [helemaal in de war, met grimas] Eh…huh, maar…

A: [onderbreekt] Wat geeft twijfel dat je denkt ‘ik moet weg’?
E: Nou, als ik hier over vijf jaar nog werk, wat heb ik dan geleerd? Is het een goede investering geweest?
A: Natuurlijk niet! Je twijfelt niet, je weet het al; je gaat weg!
E: [gespannen] Ja maar, ik weet niet wat er voor in de plaats komt…. dat is eng!

M: Welke sport doe je eigenlijk?
E: [energiek, vrolijk] Ik heb veel geroeid.
M: Met de riemen die je had? Of met andere riemen?
E: [wazig] Euh…
M: Wat vond je de leukste boot?
E: De vier.
M: Dubbel vier of vier zonder.
E: Zonder.

M: Waarom?
E: De combi van een technische boot met snelheid, een team om mee samen te werken en niet zo log als een acht.
M: Denk je veel na als je roeit?
E: Ja, continu! Is mijn haal goed? Wat kan ik beter doen? Wat doen mijn ploegleden?

A: Hoe is het met voelen?
E: [verbaasd] Voelen!?
A: Ja! Hoe voel jij je? Jij bent een wandelend en roeiend brein. PATS. [Arno geeft Eron een klap]
A: Voel je dat?
E: Ja, auw!
A: Dus je voelt! Mooi!
E: Ja, maar ik denk dat ik meer denk dan voel…
A: PATS [hardere klap]
E: [lacht] Auw!
A: Denk je auw of voel je auw.
E: Nee man, ik voel het!
M: Dus je voelt meer dan je denkt toch? Even over voelen hè? [Martijn vertraagd, zijn spreektempo en stem worden veel lager] In de stoel waar je nu zit. Hoe voelt het om te zeggen ‘ik blijf hier nog vijf jaar’.
E: [diepe zucht] Onverstandig.
M: Ga nu eens in de andere stoel zitten. Hoe voelt het als je hier zit en denkt ik ga weg.
E: Onzeker, angstig…
M: Dus onverstandig vs. onzeker. Onverstandig klinkt niet verstandig toch?
E: Uh. Nee?
M: Wil je terug naar die stoel?
E: Nee! Denk ik niet…en het voelt ook zo trouwens [grote glimlach]
M: Dus je blijven zo zitten?
E: Ja!
M: Wat zou je willen doen nu je weg bent hier bij deze club?
E: Een baan zoeken.
A: Nee lul! Wat ga je doen?
M: [beeldend, lyrisch] Het mooiste is ’s ochtends roeien op de Amstel. Als iedereen aan het werk gaat, jij in de boot, iedereen haast, jij in de boot. Heerlijk!

E: [lacht] Heerlijk!! Ik weet als ik hier niet meer zou werken, dan neem ik een jaar vrij. Dan zou ik dat zeker gaan roeien in de ochtend. Maar het zou helemaal fijn als ik dan al wist dat ik na dat jaar een nieuwe baan heb.

M: Dat wordt lastig natuurlijk want de kans is groot dat jij geen baan vindt toch? Zoveel kwaliteiten heb je nou ook weer niet. Dan zit je toch een jaar lang fronsend in de boot straks. Logisch dat jij je daar zorgen over maakt. Wat denk jij Arno?
A: Eens, dat wordt niets met Aron die Eron heet. Eigenlijk lijken Arno en Aron qua naam heel erg op elkaar. Dan zou ik Erno heten…raar…
M: Nee, dat wordt niets.

E: Ja, dat is wat ik denk!
M: Dat is ook feitelijk zo! Jij hebt geen kwaliteit toch?
E: Uhhhh
A: Hoe groot is de kans dat jij nooit meer aan de slag komt?
E: [overtuigd] Nihil!

A: Wil je terug in deze stoel?
E: [overtuigd] Nee!
M: Wanneer ga je de beslissing kenbaar maken?

E: Op moment dat ik een nieuwe baan heb.
A en M slaan beide met hand tegen hun voorhoofd.
A: Je ging toch vrij nemen?
E: Ik voel te veel angst om dat nu te zeggen….

M: What could possibly go wrong. Met al jouw kwaliteiten!
A: Straks zit je weer in zo’n kutbaan. Kun je weer niet roeien.

E: Ja, mannen. Het is wel duidelijk. Oke, dan hak ik de knoop door en zou het half januari zijn!
A: Daar hebben wij wat voor. [Martijn pakt het contract]

E: [tekent contract en leest voor] Ik, Aron, zeg voor februari aankomend jaar mijn baan op.
M: Ho ho…dit is niet goed.
E: [lacht en schrijft erbij] En ik ga een jaar tijd nemen om o.a. veel te roeien in de ochtend!

In het korte achteraf gesprek zegt Aron dat de vertraging en het voelen in de stoelen het omslagpunt was.

Trage Joost

We zijn bij een opleidingsinstituut, alle mensen die de training Persoonlijk Leiderschap doen krijgen een Mentale Knipbeurt. Joost komt de kapsalon binnen. Hij is begin twintig en heeft een vrolijke kop.

A: Vertel Joost, wat is het probleem?!
J: Sinds februari heb ik een nieuwe baan, ik heb veel hobby’s, houd van sporten en heb een vriendin. Ik heb te weinig vrije tijd!
A: Nee, je hebt genoeg tijd, maar bent gewoon traag!
J: Oh, ja…zo kun je het ook zien.
A: Ben je ook traag geboren?
J: Nou ehh, ja ehh…
A: Ja dus. Trage Joost.

A: Dus het is geen verrassing dat dit zo gaat toch? Als je traag bent, moet je doseren en je activiteiten aanpassen aan jouw lage tempo. Dus wat is het probleem?
J: Nou, ik krijg mijn studie niet af en haal geen goede cijfers.
M: Dus je bent niet alleen traag, je bent ook niet zo slim?
J: [verbaasd] Nou, ik ben euh…
A: Kijk Joost, er zijn twee soorten mensen. Je hebt mensen die hebben het op orde, zijn goed voorbereid en halen gewoon hun studie in de daarvoor gestelde tijd. Dat zijn de snelle en slimme mensen. En je hebt mensen zoals jij, die sukkelen en ploeteren totdat ze het opgeven.
J: Ja, de rest van mijn studiegenoten gaan wel hard.

M: Jij hangt er gewoon achteraan! Vind je het erg dat de mensen er wat van vinden? Het is een beetje zoals de Tour de France: je moet binnen een bepaalde tijd binnen zijn, anders mag je de volgende etappe niet meer starten. Werkt dat hier ook zo?
J: Ja! Ik moet 42 studiepunten halen, anders lig ik eruit. En ik zit ook nog ik een soort HBO-groep, dan kan ik deze universitaire studie sneller en in kortere tijd doen.
A: [lacht hard] Wat! Jij, trage Joost, zit in een groep die sneller en in kortere tijd iets voor elkaar moet krijgen?! [lacht]
M: Je speelt boven je niveau man, dit is de Champions League, jij hoort in de Keuken Kampioen divisie thuis!
J: [lacht hard] Misschien is dat het wel ja…
A: Wat zei je?
J: Misschien is dat het wel. Het lijkt inderdaad wel topsport. Het is gewoon zo veel in te weinig tijd.
M: Degradareren dus! Hoe voelt dat?
J: [vrolijk] Dat lucht eigenlijk wel op! Ja, geloof ik wel…
A: Dus als je doorgaat zoals je nu doet, komt het dan wel goed met Joost?
J: Nee…nee, dan stop ik ermee.
M: [gespeeld geschrokken] Wat! Ga je zelfmoord plegen?!
J: [lacht hard] Nee, ik stop niet met het leven, maar wel met de studie! Dus ik wil wel stoppen met dít leven.
A: Ik ben in de war, wil je nu wel of niet stoppen met leven.
J: [lacht] Niet met leven, maar wel met dit leven.
A: Heb je meerdere levens dan?
J: Ja, zo voelt het soms wel.
M: [naar Arno] Moeten we Joost wel laten gaan zo meteen? Hij zegt zulke rare dingen…begrijp jij het nog?

J: [duidelijk] Ik bedoel dat ik niet meer zo hard wil werken, de nieuwe baan en de studie is gewoon teveel.
A: En vergeet je vriendin niet, vraagt zij ook veel energie? Misschien moet je jouw relatie gewoon verbreken. Schept heel veel ruimte hoor!
J: Nee, absoluut niet! Ik ben dol op haar.
M: Dus waar ga je dan mee stoppen?
J: Het voelt als falen.
A: Dat is het ook. Dus je gevoel klopt! Dat is fijn toch?
J: Ik begin vaker met dingen…en dan stop ik weer. Verdomme…deze wil ik wel afmaken, en dan lukt het weer niet…

M: [lacht hard], Arno en Joost lachen mee!

M: Ik vind het wel mooi, je bent traag en niet slim EN ook nog stronteigenwijs!! Je begint vaak met dingen en stopt er dan weer mee. Hoe vaak heb jij je al gestoten tegen dezelfde steen? Joost mag het weten!

Er wordt weer volop gelachen. De opluchting is voelbaar. De duidelijkheid is ook voelbaar. Joost weet het nog niet helemaal, maar er dringt wel degelijk een besef door.

M: En als je nou gewoon zegt: Fuck-it
J: Tegen het streven?
M: Ja! Als het lukt, fijn, zo niet, dan niet.
J: Maar wat ga ik dan doen?
A: Met iets nieuws beginnen…[lacht] en weer niet afmaken!

Wederom wordt er volop gelachen.

M: Ben je gelukkig?
J: [resoluut] Nee! Ik heb het sporten op laag pitje gezet.
M: Dus als je jouw studie inruilt voor sport, wordt je dan gelukkiger?
J: Ja!
M: Wat doe je dan voor sport?
J: Meerdere sporten! Kitesurfen, hardlopen, voetbal en padel.

A: Joost! Ik voel de energie terugkomen als je het hier over hebt, en het stroomt eruit als je het over je studie hebt. Dit gaat over energie. Jij bent meer een beweger dan een stilzitter toch? En ik denk niet dat jij de studieboeken op je surfboard meeneemt. Dus je zit stil als je studeert. Als. Je. Zou. Studeren…

M: Nou, hoe is dat?
J: [helemaal aan] Opgelucht!
A: Dus?
J: Het lukt me niet om nu te zeggen dat ik ga stoppen met de studie.
A: Wel.
J: [verward] Wat?
A: Je hebt het net gezegd. Dat.Ik.Ga.Stoppen.Met.De.Studie. Dus je bent de zin begonnen, en hebt hem afgemaakt. [lacht] Jij kunt iets Joost!

J: Ik wil de studie echt graag afmaken. Maar ik ga het in een langzamer tempo doen! Ik heb een te hoge ambitie neergezet, het lukt gewoon niet. En ik ga meer sporten!

Dirk heeft drempelvrees

We zijn bij een groot reclamebureau in het midden van het land. Er werken veel jonge creatieve gasten. Dirk stapt de kapsalon binnen, een man van eind dertig, goed gekleed, keurig baardje.

M: Jij ziet er een beetje gespannen uit Dirk!
D: Nou, het is gezonde spanning, ik ben vooral nieuwsgierig.
M: Dat is mooi, wij namelijk ook! Wat is het probleem?

A: Je vrouw waarschijnlijk toch? Of het hele gezin! Heb je een gezin?
D: [lacht] Mijn vrouw en gezin zijn zeker niet het probleem!
A: [geheimzinnig] Als je dat zo stellig beweert worden we altijd achterdochtig…vertel maar op.
D: Nee, echt, dat is echt prima.
M: Wat is het dan?
D: Het eerste dat in mij opkomt is het aangaan van conflicten.
M: “Het eerste dat in me opkomt is het aangaan van conflicten?” Wat bedoel je daar nou mee? Ben je een vermijder?
D: Eh, ja…die neiging heb ik wel ja…
M: Gelukkig! Fijn! Er is al genoeg conflict in de wereld, gelukkig zijn er nog mensen zoals jij. Die het standpunt van de ander begrijpen, die zichzelf niet het middelpunt maken…ik zou er niets aan doen! Je hoort eigenlijk een lintje te krijgen! Houden zo!
D: [lacht ver genoegzaam] Dat is natuurlijk wel zo.
A: En je bent een schijterd, de sukkel die altijd over zich heen laat lopen. Loyaal aan anderen en niet jouzelf…tja. Dat is het lot van een conflictmijder.
D: Soms zou ik beter kunnen acteren in situaties.
M: Kun je een beetje acteren dan? Heb je wel eens auditie gedaan? Want dan moet je net doen alsof je boos bent.
D: Nee, heb nooit auditie gedaan, en…soms wil ik het wel aangaan en oplossen.
A: Maar daar ben jij natuurlijk veel te bang voor toch? Kun je niet tegenop. Dat is voor duidelijke mensen!
D: Het gaat me niet om mijzelf, het gaat over de werkvloer. Ik wil mensen aanspreken op hun gedag!
A: [barst in lachen uit] Vind jij jezelf duidelijk? Heb je koers in jouw leven of laat je je meevoeren door de context om je heen?
D: [beetje verbolgen] Nou, ik heb ook wel eens wat de neiging om misschien wat wollige taal uit te slaan…
M:[ herhaalt met stemmetje Dirk] “Nou, ik heb ook wel eens wat de neiging om misschien wat wollige taal uit te slaan”…IK.VIND.HET.HEEL CONCREET.DIRK!

Lachsalvo

A: Zeg Dirk, heb je kinderen? Ik ben heel benieuwd hoe je dat doet dan. [speelt verlegen] Eh..jongens, eh, mag ik jullie iets vragen? Sorry hoor, maar eh, zouden jullie het erg vinden om..eh..aan tafel te komen? Als het niet past is het ook prima, ja?
D: [lacht] Nou, dat is misschien wat overdreven, maar ik ben eh soms niet direct genoeg. Mijn vrouw is directer….
M: Zij snauwt de kinderen af en jij doet de afwas! Duidelijke rolverdeling!
D: Nou, ik streef naar gelijkwaardigheid!
A: [lief] Das een mooi streven Dirk …I HAVE A DREAM!
D:[serieus] Ik zie dat zij dat iets beter kan, dat waardeer ik in haar en daar leer ik van.

A: Dat is dan toch geweldig? Wat is het probleem? Als iets je niet zint, kun je dat voelen?
D: Ja! Daar heb ik vrij snel een gevoel bij. Dan voel ik spanning in mijn lichaam, een soort drempeltje.
A: En waarom benoem je dat drempeltje niet?
M: Dirk heeft drempelvrees!
[Lachsalvo]

D: Het is al veel beter geworden in de afgelopen jaren, zeker vergeleken met vroeger, toen wilde ik een allemansvriend zijn.
M: Maar dat is toch een gave! Jij hebt een grote vriendengroep, bent een aardige vent, wat is het probleem?

D: Nou, ik denk wel dat er situaties zijn waar ik wat duidelijker zou willen zijn.
A: Hoe ga je over een verkeersdrempel?
D: [verbaasd] Nou, afremmen, goed kijken en dan erover heen.
M: [wild] Dus niet gewoon KABOEM, vol gas erover heen! Maar een beetje voorzichtig toch? Hoe zou je voorzichtig over het drempeltje van Dirk kunnen?
A: Zie of voel je het drempeltje op tijd?
D: Ja, maar ik stel het uit.
A: Dus je gaat afremmen, maar je moet eroverheen toch? Of neem je een andere route zodat je niet op je bestemming komt..
D: Ja, ik wil er wel overheen, maar soms rijdt ik een blokje om.
M: Hoe kun je dat anders doen?
D: [duidelijk] Gewoon er voorzichtig overheen. Ik kan natuurlijk gewoon het drempeltje benoemen, zeggen wat me dwars zit!

A&M: Neeee!!! Ben je gek geworden, je kunt als leidinggevende toch niet vertellen wat je…
D: [lacht en onderbreekt] Er is nu in mijn team een situatie, ik ga vanmiddag dat drempeltje benoemen, het lucht me nu al op te weten dat ik het ga doen!
M:[met knipoog]  Ik hoop dat je goed verzekerd bent Dirk, gordel vast, airbags controleren, ogen dicht en dan heeeel langzaam over de drempel.
D: [brede grijns] Ja ja, ik snap het.

Rosalie en de Wappies

We zijn bij een ziekenhuis in het oosten van Nederland. Rosalie komt de coachsalon binnen. Rond de vijfendertig, vlot uiterlijk en een vrolijke blik. Ze heeft veel energie en een hoog tempo.

A: Wat is je probleem?
R: [lacht] Dat is lastig om kort te formuleren, ik heb een heel leuke schoonfamilie, ze zijn ehhh….nou…..heel authentiek en…
A: Ze staan dus rechtlijnig tegenover jou.
R: [verbaasd] Ja!
M: [geschrokken] Oh nee…..het zijn toch geen…..wappies?
R: [hand voor mond] Ja,…en mijn man ook.
A: Dus jij bent degene die afwijkt.
R: [lacht] Ik word de dissonant genoemd.
A: [luid] Wil je koffie dissonant? Koekje erbij dissonant? Jij wilt zeker geen biertje toch dissonant?
R: [Lacht…..] Ja, samen met broer van mijn man, wij zijn de dissonanten.
M: Je moet dus met de broer van jouw man trouwen!
R: [uitbundig] Nee! Echt niet! Mijn Daniel is de leukste man!
A: Wat is nu precies het probleem?
R: Daniel zijn ouders vertellen mijn kinderen dat ze op school geïndocrineerd worden, dat ze politiek niet moeten vertrouwen…dat gaat best wel ver.
M: [verbaasd bozig] In jouw huis?! Zij indoctrineren dus jouw kinderen!!
R: Ja!
M: En natuurlijk met omgekeerde vlaggen in de straat, zakdoeken aan de auto?
R: [vrolijk] Ja!
A: Wel gezellig, met die vlaggetjes enzo.
R: [lacht] Ja, ik kan er wel met humor naar kijken. Maar ik vind het irritant dat ze mijn kinderen beïnvloeden en onwaarheden vertellen.

We laten een korte stilte vallen. Het tempo daalt.

M: [leunt voorover] Wat doet dat met jou?
R: [zwaar] Ik word er soms letterlijk misselijk van.
M: Waar trek je de grens Rosalie?
R: [breekt, huilt en probeert vrolijk te blijven] Jaja, ik weet het wel, ik moet grenzen trekken!, maar het overkomt me ook gewoon…[huilt] Het is zo bizar allemaal, vaak ook heel subtiel.
M: Subtiel? Het voelt als een bulldozer! Trump is goed, Baudet is goed, de elite is duivels, de politiek niet te vertrouwen! Ze bulldozeren jouw leven in en… voelt alsof je in een sekte terecht bent gekomen! Ik check de sekte-database van de inlichtingdienst wel even voor je.

R: [ huilt, vanaf dit moment loopt ze helemaal leeg ] Ze gaan helemaal in de opvoedende rol. [luid] IK WIL DIT NIET! De hele tijd dat antigeluid, dat niets te vertrouwen is, dat er plannen zijn om naar het buitenland te gaan met hele familie. Ze snappen het niet. Ze zitten zo in hun koker; zij hebben het door en ik niet! Ze zegen dat ik onder een steen leef en dat ze me helpen hiermee.
A: Wanneer ga jij eens aan jezelf denken?
R: Ik denk wel aan mezelf! Ik ben uit familie-app gestapt. En zij zeggen: je hoort bij de familie en dus moet terug in de appgroep, anders hoor je niet bij de familie!
M: [duidelijk] Maar dat is super heftig! Jij wordt buitengesloten en niet geaccepteerd!
R: [fel] Jawel! Ze omarmen me!
M: Ja, met zakdoeken en omgekeerde vlaggen zeker? Wat zegt jouw man hier allemaal van trouwens?
R: [timide] Ik moet gelijk denken dan een moment tijdens Corona. Zijn familie wilde langskomen. Ze trokken zich niets van de beperkingen aan. Ik zei tegen Daniel: ik wil het niet! Toen zei Daniel [slikt, huilt] Als ik moet kiezen tussen jou en mijn familie, dan kies ik voor mijn familie…
A: Wat? En jij noemt dat een goede relatie?
R: [blijft doorzetten] eh, ja, wel, nou, half? [tranen] Ik wil positieve dingen zien, die verdomde kronkel in de familie. Ik hou wel van Daniel…[huilt] Ik heb genoeg eigen ruimte. Dat vind ik ook vervelend…al mijn vriendinnen zeggen dat ik bij hem weg moet….

M: [schuift zijn stoel tegenover Rosalie] Rosalie: ik ben nu Daniel. Wat wil je tegen mij zggen?
R: Ik wil heel graag met je verder, maar zo gaat het niet.
M: Waarom niet?
R: Je loyaliteit ligt zo dicht bij jouw familie, ik heb nodig dat je naast mij staat.
M: Dat doe ik ook!
R: Nee, dat doe je niet. Je hoeft het niet met mij eens te zijn, maar ik wil dat je mij steunt. Dat als ik nee zeg op het moment dat het onze kinderen aangaat dat ik weet dat je naast mij staat!

A: [spreekt Rosalie via de spiegel toe] Wanneer ga je dit tegen Daniel zeggen?
R: [laat haar hoofd zakken] Ik ga met Daniel in gesprek! Ik weet het ook eigenlijk al lang, ik voel nu heel duidelijk dat ik het moet doen…ik vind het doodeng, maar het moet echt anders!

Rosalie tekent een contract, om met Daniel in gesprek te gaan, ze lijkt echt van plan het te gaan doen en durft in te zien waar ze in zit. Wij zijn eerlijk gezegd nogal onder de indruk.

Zes maanden later ontmoeten we Rosalie weer…we zijn weer bij dezelfde organisatie. Ze vertelt dat ze met Daniel in gesprek is gegaan, heeft heel eerlijk en open gesproken…ze voelt zich meer gehoord, Daniel had niet in beeld hoe heftig het voor haar was en zijn ogen zijn geopend…

Mike wil haar in zijn koffie.

We zijn bij een grote fintech-organisatie. Mike komt de coachsalon binnen. Een dertiger die er moe uitziet. Hij is zwart gekleed.

Ma: Is zwart jouw kleur, Mike?
Mi: [verrast] Ja!
Ma: Is het ook zwart in je hoofd?
Mi: [verbaasd] Nou, wel een beetje… Ik pieker veel.
Ma: Dat is mooi! Geef eens een cijfer aan hoe je je voelt.
Mi: Eh, ik denk een mager zesje…
Ma: Een mager zesje, voor iemand in deze hightech organisatie is dat wel wat aan de lage kant….waar ligt dat aan?
Mi: [lacht] Ik denk aan mijn werk, maar het kan ook aan mij liggen.
A: Ik denk dat het aan Mike ligt Martijn….kijk ‘em nou zitten…helemaal in het zwart in deze digitale en hippe omgeving…hij past hier gewoon niet, hij lijkt me ongelukkig.
Ma: Eerst ff wat anders Mike! Is er iets mis met jou?
Mi: Uh….Nee…volgens mij niet…
Ma: Dus als het niet aan jou ligt, dan is het toch je werk? Dat lijkt me de logische conclusie toch? Wegwezen dus!
Mi: Ja, dat dacht ik ook en daarom nam ik tijd vrij om erover na te denken en toen raakte ik in stress om over ander werk na te denken…
A: [vrolijk] Dat vind ik wel mooi, je neemt vrij om na te denken over jouw werk en dan krijg je alsnog stress…..dus hoe meer je vrij neemt, hoe meer stress je ervaart!
Mi: [lacht verward] ja, nou, nee toch? 
A: Hoeveel tijd ben je dagelijks aan het werk?
Mi: Minimaal van 9 tot 6. 
A: Minimaal, dus het is meestal meer toch? Wil je minder werken?
Mi: Ja!
A: Nou, dan doe je dat toch? Maar dat lijkt me in deze context van hardwerkende, carrièregerichte collega’s en high performance cultuur onmogelijk….wegwezen dus!
Ma: Mike, waar word je nou echt blij van?
Mi: [veert helemaal op] Van koffie maken!
Ma: Wat voor koffie zou je voor mij maken?
Mi: [energiek, ‘aan’] Houd je van zwarte koffie?
Ma [knikt]
Mi: Nou, dan begin ik met het malen van 50 gram verse koffiebonen van merk X en dan verhit ik water tot… [Er volgt een heel verhaal over het bereiden van koffie,  het enthousiasme en de energie spat ervan af]
A [springt op]: Die koffie wil ik ook!
Ma: Wanneer ga je die voor ons maken, Mike?
M: [zakt weer in, diepe zucht] hmm, het hebben van een eigen koffietent is meer een droom.
A: Tsja……een droom….ik zie het jou ook niet doen…blijf lekker dromen en stress hebben….dan zien we je wel als je opgebrand bent. Net als koffie, die wordt ook gebrand, toch?
Mi: [glimlacht] Je hebt ook gelijk….ik denk er al heel lang over na
Ma: En van nadenken krijg je stress…..ga je te veel koffie van drinken….niet doen!
Mi: [lacht] Jullie hebben gelijk mannen, ik heb namelijk wel een plek waar ik een soort pilot kan doen…
A: [verbaasd] Wat? Waar?
Mi: [lacht, schudt zijn hoofd] Ik ga het echt doen….mijn kapper heeft ruimte in zijn zaak en wil er graag een barista bij hebben, daar hebben we het al over gehad.
Ma: [lacht] Nou, dan moet je wel oppassen dat je geen haar in je koffie krijgt!
A: Harige koffie, klinkt wel hip! Mike’s Hairy Coffee!
Ma: Hoeveel haar wilt u in uw koffie?
Mi [glundert] 50 gram natuurlijk!!! 
A: wil je je haar geknipt of gemalen?
Ma [wat serieuzer]: geef nu eens een cijfer aan je gevoel, Mike.
Mi: een 8!
Ma: Gefeliciteerd met je nieuwe zaak Mike
A: We komen in januari wel langs! Mag je kapper ons een Knipbeurt geven, en drinken wij jouw koffie in Mike’s Hairy Coffee!!!

Sara en het Imposter syndroom

Er komt een jonge vrouw opgewekt de coachsalon binnen, ze stelt zich voor als Sara.

A: Ben je een beetje een Sara?
S: Ja…volgens mij wel.
A: Stel dat je Astrid had geheten.
S: [kijkt vies] Nee…
A: Heb je nog meer namen?
S: Nee, alleen een achternaam.
A: En?
S: Balovi
A: Daar is er maar eentje van toch?
S: [vrolijk] Nee, er is er nog eentje heb ik via LinkedIn ontdekt.
A: Maar jij bent veruit de leukste…wat is eigenlijk het probleem?
S: [terug op aarde] O ja, het probleem is dat ik het niet leuk vind om thuis te werken.
A: Oké, wat is daarvan het probleem?
S: Ik word er ongelukkig van.
A: Waarom ga je dan niet weg? Naar een andere baan? Dat zou ik doen.
S: Ja, daar ben ik mee bezig.
A: Mooi. Opgelost dus.
S: Het punt is dat ik het moeilijk vind om mezelf te promoten.

M: Wacht even Sara, eerst was het probleem dat je het niet leuk vindt om thuis te werken, nu is het dat je jezelf niet kunt promoten…
A: Wat voor promotiemateriaal heb je al ontwikkeld?
S: [luide lach] Nou, toevallig heeft mijn werkgever een profiel van mij opgesteld, als consultant.
A: Dat doe je fantastisch! Jouw baas maakt jouw promotiemateriaal. Dus dat is opgelost! Dus wat is het probleem?
S: Nou ja, je moet wel in gesprek gaan met mensen…en op papier lijkt het wel wat.
M: Maar in het echt is het dus slecht! Waardeloos!
S: Ja, ik heb het Imposter syndroom!
M: Lieve Sara, eerst vind je thuiswerken niet leuk, dan kun je jezelf niet promoten en nu heb je weer een ander probleem: het Imposter syndroom…
A: Help mij even, wat is ook alweer het Imposter syndroom?
S: Dat je bang bent dat je door de mand valt. Dat je niets voorstelt.
M: Maar dat is bij jou feitelijk ook zo toch? Dus dat klopt gewoon.
S: [luide lach] ….
A: Ja lach maar…wat stel jij nu eigenlijk voor Sara Balovi?
S: Ja…dat is een goeie…
M: Ja precies, als je niets voorstelt…kun je jezelf dan even voorstellen?
A: Dat wordt heel kort
S: [lacht] nou echt wel…ik stel echt wel wat voor!
M: Oké, ga staan en stel jezelf voor
A: [applaus] Dames en heren, Sara Balovi!!! [joelt]
S: Nou ja… euhh…Sara, 34 jaar, psychologie gestudeerd…ik neem een podcast op…ben analytisch…creatief…me aan het omscholen tot Business Intelligence consultant…goed in data research…[en ze benoemt nog een aantal dingen].
A: Mooi…hoezo psychologie…moest dat van je ouders? Die zeiden, jij hebt imposter-syndroom. En toen dacht je ik wil weten wat het is en ga psychologie studeren…Wat is nou de kern van het probleem?
S: [lacht] Onduidelijkheid….dat ik zelf niet duidelijk ben!
M: Net toen je je voorstelde was je duidelijk. Wat wil je nou?
S: [duidelijk] Ik wil die Business Intelligence kant op!
M: Mooi. Dat gaat lukken toch?
S: Ja!…denk ik wel…al is het niet honderd procent zeker [lacht om haar eigen uitspraak]

A: Las jij vroeger de boeken van Grimm?
S: [verbaasd] euhh…nee…wel Harry Potter.
A: Mooi. Dus je gelooft wel een beetje in sprookjes…
S: [lacht hard] Ja, nou!
A: [dromerig] Er was eens een jonge mooie vrouw, ze heette Sara, ze had goudblonde haren en een vrolijk gezicht…alleen haar brein was een soort computer. Ze kon sneller denken dan het geluid. Ze noemde haar wel ‘Quantum Sara’! Als ze aan het denken was ging dat zo snel, dat ze ook haar gedrag erop wilde aanpassen. Maarrr, ze kon niet vertragen…dat was haar lot.

Sara wordt stil…

A: [serieus] Als ik wat tegen jou zeg, zie ik jouw brein op hol slaan…de vonken vliegen bij wijze van spreken uit je hersenpan…haal eens heel diep adem.
S: [Diepe zucht] …ik weet ook echt wel waar ik goed in ben, dat BI verhaal kan ik, vind ik leuk en wil ik in verder. Eigenlijk is het heel simpel en duidelijk. [ondertussen zit Sara aan haar ring te draaien]

M: En Quantum Sara had een geheime ring…,daar zat ze de hele tijd aan te draaien. En als het leven te snel ging…draaide ze de snelheid terug…haar ring werkte als een vertrager….

Sara raakt geëmotioneerd.

A: Vertel?
S: Die ring is speciaal voor me. Hij was van mijn moeder. Ze overleed twee jaar geleden.
A: Dus als jouw tempo te hoog is…draai je aan de ring. Dan haal je diep adem… en dan voel je of je op het juiste pad zit.

S: [hele diepe zucht en ontspant zichtbaar, met glimlach, kijkt naar haar ring] Ja, ik weet ook wel dat ik op de juiste weg zit, heb ook veel zin in het nieuwe avontuur. Gek genoeg voelt het draaien aan de ring als een heel goed idee…om even te vertragen, tempo omlaag…[ze kijkt vrolijk en gedecideerd op] Ik weet dat ik op de goede weg zit. Het klopt!

M: …ze leefde nog lang en gelukkig!

Sara lacht, oogt opgelucht en dankbaar.

Veronique zit in de schuldsanering

We zijn bij een overheidsorganisatie in het noorden van het land. Veronique komt de coachsalon binnen. Een verzorgde en vermoeid uitziende vrouw.

M: Hai Veronique, welkom welkom. Hoe zit je hier? De klok loopt! 15 minuten. Hoe zit je hier.
V: [strak gezicht] Gespannen…
M: Goed zo! Daar zijn we gek op. Net als spannende films met een cliffhanger.
V: [nerveuzig] Ik weet niet wat er gaat gebeuren.
A: Dus jouw probleem is dat je alles onder controle wilt hebben. Toch?
V: [verbaasd]
A: En wat gebeurt er als je dat loslaat?
V: [onzekere lach] Weet ik niet, dat doe ik nooit!
A: Dan heb je wel een echt probleem. Hebben we oplossing voor….
M: Wat heb je een mooi pak aan eigenlijk.
V: [opgelucht] dank je!
M: Heb je goed over nagedacht toch? Voordat je het aantrok? Speciale dag, speciaal pak.
V: Nee, dat heb ik zo gepakt….
A: [doorkruist] Geinig, je pak gepakt. Pak je pakje.
V: [in de war, kijkt in de spiegel naar Arno dan weer Martijn] euhh, ja?
A: Dus je kunt het wel……gewoon iets pakken zonder de controle los te laten. Knap eigenlijk.
M: Wat is eigenlijk het probleem?
V: Ik worstel wel eens met een rol.
M: [schiet in de lach] Ik zie het helemaal voor me? Jij, Veronique worstelt met een rol
A: [guitig, tikje tegen been] Ben jij dan van bovenop of onderop!
V: [harde lach] bovenop natuurlijk!
M: En met welke rol worstel jij dan eigenlijk?
V: De adviseursrol, als mijn advies niet wordt opgevolgd. En dat ik vervolgens later wel de consequenties voor mijn voeten krijg..
M: Dan adviseer je niet duidelijk genoeg.
V: Ik adviseer als expert op mijn vakgebied, en leg ook uit wat de gevolgen kunnen zijn van andere keuzes. Tja, als ze dan niet luisteren…..
M: Precies! Dus wat is dan jouw probleem?
V: Dat ik tóch de schuld krijg, daar baal ik van! Dan moeten ze ook de integrale verantwoordelijkheid pakken…
A: Integrale verantwoordelijkheid? Is dat een managementterm? Klinkt lekker duidelijk…
V: Ja, dat betekent als een directeur dan de keuze maakt, hij ook de consequenties durft te dragen…
A: Tja…..maar die redt zijn hachje toch? Dus wel de lusten, niet de lasten..
V: Maar dat is toch niet eerlijk?!!!
M: Lieve Veronique, als je bij zo’n grote organisatie werkt als jij, dan is het niet altijd eerlijk….dat duurt te lang. Ze zeggen wel het langst…..
V:[brede lach] En de directeur wil natuurlijk snel scoren!
M: Precies!
V: Dus geven ze mij de schuld…
M: En terecht! Als deze Knipbeurt niet goed uitpakt, geven we jou gewoon de schuld.
V: [lacht] Maar daar kan ik toch niets aan doen?!
M: Wel! Dan geef je de verkeerde antwoorden, jouw schuld!
V: Sodemieter op! Ik doe gewoon wat ik denk dat goed is, dat is dan toch niet mijn schuld?!
A: Hoe doen ze dat eigenlijk? Ik vind ook, je mag een gegeven schuld niet in de bek kijken!
V: [glimlacht] euhhh
A: Weet je, als ze je de schuld geven, geven ze je dan echt iets? Wordt er iets overhandigd? Dan hou je toch gewoon je handen op de rug en valt die schuld lekker op de grond kapot.
V: Wat bedoel je?
A: Gewoon, je neemt de schuld gewoon niet aan! Ik hoef em niet, de schuld. Beste directeur, hou em lekker zelf. Dat noemen we integrale verantwoordelijkheid hier!
V: [schiet in de lach]. Ja! Dat ga ik doen! Waarom accepteer ik de schuld eigenlijk. Ik neem hem gewoon niet aan!
M: Juist! Beste directeur, fijn dat je me de schuld geeft……maar weet je, ik hoef em niet!
V: [harde lach] Ik zie het helemaal voor me, heerlijk! Wat suf eigenlijk dat ik de schuld aanneem. Dat ga ik gewoon niet meer doen!
A: Je zit nu in de schuldsanering! Je ruimt alle schulden op! De directeur is schuldeiser, maar jij zit in de schuldsanering. Dus je saneert de huidige schulden en je maakt geen nieuwe meer!
V: [lacht hard] Ja! Ik neem gewoon geen nieuwe schulden meer op me. Ik maak duidelijk dat mijn advies goed is, hij ermee doet wat hij wil, en vervolgens ook de consequenties draagt. En achteraf bij mij aankomen is er niet meer bij!
M: Zeg dat nog eens:
V: [met overtuiging] Ik neem geen nieuwe schulden op me! Mijn advies is goed! Hij draagt de consequenties en BASTA!!

Bianca, parels en uitgelopen mascara

We zijn op een zorgcongres. Bianca komt de coachsalon binnen. Een vrouw van midden vijftig, een stevige dame, mooie kleding en vooral veel grote sieraden.

A: Hi Bianca, hoe zit je hier?
B: Dubbel.
A: Dubbel? Ben je met z’n tweeën?
B: [lacht] Nee, ik heb een hekel aan grootschalige evenementen, en ben blij dat ik even bij jullie in deze intieme setting kan zijn.
A: Aha, je komt even schuilen! [zingt] Mag ik dan bij jou schuilen, als het nergens anders kan….
B: [schiet direct vol]…sorry hoor…Jezus zeg!
A: Nou zeg! Ik weet dat ik niet kan zingen, maar om direct hierom te gaan huilen vind ik ook ongepast!
B: [lacht door tranen heen]. Ik heb een hekel aan veel mensen, prikkels en herrie….ik ga altijd doodmoe naar huis.
A: Dus je hebt rust nodig?
B: Ik ben omgeven door depressieve en neerslachtige mensen. Die trekken me helemaal leeg.
A: [luide stem] Dus jij vind ons depressief en neerslachtig? Je bent lekker bezig Bianca!
B: [lacht] Nee god, nu niet. Jullie zijn leuk, maar thuis! Dat is echt niet gezellig. Ik heb een depressieve man en moeder.
A: En worden die dan depressief van jou? Ben jij zo’n moeilijk geval?
B: Nou, nee. Ik heb een heel ander karakter; Ik ben geen piekeraar of tobber.
M: Ben jij een zorgzaam type?
B: [aangevallen, beetje hautain] Nee zeg, ik ben geen verpleegster, ik ben dokter!
M: Ooh, ben je dokter. Dan snap ik het wel. Als je nou verpleegster was, had je ze wel willen ondersteunen, maar een beetje dokter doet dat natuurlijk niet; Wat denken ze wel! [stemmetje, aardappel in keel] Ik ben dokter! En als dokter help ik geen depressieve mensen, dat doen de verpleegstertjes maar…
A: En wat voor een dokter ben je dan eigenlijk? Ik hoop geen psychiater toch? Dan zit je altijd met dat soort hopeloze types, zeg alsjeblieft dat je geen psychiater bent?
B: [kijkt soort schuldig, zacht] Ja, ik ben psychiater…[begint te huilen]’
M: Dat lijkt me echt irritant. Ben je aan het werk, kom je allemaal ingewikkelde mensen tegen met problemen, suïcidaal, depressief, schizofreen, dan ga je lekker naar huis en hup kun je gewoon door met je werk! Ook wel lekker is de werk/privé balans altijd goed!
B: [huilt nog steeds] Het is echt zwaar, ik word er gek van soms.
A: [grapt] Zie je, het is aanstekelijk.
B: [lacht door tranen]…nou inderdaad zeg, soms lijkt het wel zo. En ik blijf altijd maar monter en opgewekt thuis.

A: Hoe heet jouw man?
B: Wim
A: Natuurlijk, Wim. Is hij echt depressief? Suïcidaal ook?
B: Nou, hij is wel heel zwaarmoedig en ook een slachtoffer. [boos] Dat vind ik zo enorm fucking irritant!
A: Maar jij bent psychiater, is hij depressief?
B: Niet echt…eigenlijk. Hij is meer…tja…zwaar op de hand of zo.
M: Die Wim is echt een slimmerd, hij wist natuurlijk al vroeg dat hij zwaarmoedig is, gaat trouwen met een psychiater nota bene, hoeft hij zelf tenminste niets te veranderen. En in ieder geval een vrouw die begrip heeft [vermoeide toon, krakerige stem] voor zijn zware leven. En dan ook nog een vrouw wiens moeder ook depressief is, dan kan hij altijd zeggen: je wist waar je aan begon lieverd!
B: [ontploft bijna] Dat is verdomme precies wat hij zegt! Ik werk me het schompes, kan nergens op adem komen, moet mijn moeder verzorgen en [sarcastische toon] mijn zielige Wim. Ik ben er echt klaar mee…
A: Dat vind ik zo mooi aan jou, dat je hier zo ontploft en thuis net doet alsof alles prima gaat, want dat doe jij toch Bianca? Ik denk dat jij thuis de keurige psychiater bent, de dokter met de mooie parelketting die alles wel in de hand heeft en sterk is. En zeker geen Mentale Knipbeurt nodig heeft.
M: [zacht, liefdevol] Lieve schat, waarom zeg jij nu niet eens thuis hoe het met jou gaat, wat jij nodig hebt, dat je het zwaar vindt.
B: [huilt] Ik probeer me zo sterk mogelijk te houden, ik wil niet dat Wim zich schuldig voelt, hij kan er ook niets aan doen en…
A: [onderbreekt] Kan er niets aan doen? Hij is gewoon een profiteur! Een man die alle ellende uitstort over jou! Een enorme egoïst! Je moet hem eens goed de waarheid zeggen! M: En dat kun je met liefde doen…kijk eens hoe moe en leeg je hier zit. Wim heeft er recht op dit ook te zien. Als je zo doorgaat ben je niet oprecht naar hem, je liegt tegen hem, hij denkt dat het wel meevalt. Natuurlijk gaat hij zo door. Weet hij veel. Eigenlijk is het allemaal jouw eigen schuld!
B: [verward, bozig] Mijn schuld? Maar hij doet…

[we zien het kwartje vallen]

B: [diepe zucht, mascara all over the place en een warme blik] Natuurlijk jongens, ik ben niet gek, ik zie het ook wel. Ik ben me bewust dat ik bang ben Wim te laten zien hoe het voor mij is en dat ik daarmee iets in stand houd. Ik ga met hem praten vanavond. Ik ga hem laten zien hoe zwaar ik het vind….[een heel relaas en plan volgt].

Bianca is duidelijk opgelucht, ze heeft haar verhaal verteltd en is vol goede intenties om het gesprek vanavond aan te gaan; ze heeft een contract ondertekend met daarop haar plan.  Ze staat op en maakt aanstalten om  de coachsalon uit te lopen. Martijn en ik gaan samen in gesprek

A: Martijn, ik denk niet dat ze het doet
M: Tuurlijk niet, ze doet nu wel alsof, maar ze is er veel te schijterig voor. Het lijkt heel wat, maar uiteindelijk is ze toch meer een verpleegster dan een dokter.
A: Wim heeft het goed bekeken.

B: [draait zich om met een grote lach]. Stelletje zijn jullie, ik ga het echt doen!

Moordplan

Esmee komt de coachsalon binnen, rond de vijftig. Ze ziet er fleurig en vrolijk uit. We zijn bij een landelijke zorgverlener in het midden van het land.

M: Hi Esmee, welkom. Wat zie je er gezellig uit! Als ik jou zo zie, kan ik me niet voorstellen dat jij een probleem hebt.
E: [gaat lachend zitten] Nou ik heb er inderdaad niet één maar twee!
M: Dan doen we het grootste probleem!
E: Dat kan niet, ze zijn beide even groot
M: Huh? Dat is gek, precies even groot?
E: [lacht] Nee, de ene is net wat langer dan de ander…
A: Dat is cryptisch zeg! Nu zijn ze ineens langer….gaat het om jouw kinderen soms?
E: Ja! Of nou, nee!
M: Huh? Dat is gek. Ja of nee….
E: Nou ja het gaat over mijn stiefzoons. Twee slungels van 17 en 15. Maar wat een gedoe zeg! Pfff… Ik zou ze het liefst..
A: [onderbreekt] Afschieten? Laten verdwijnen? Afvoeren?!
E: Nou het klinkt onaardig, maar wel zoiets ja!
M: Ooohhh, wat ben jij een gemeen mens zeg! Zo’n stiefmoeder. Heb je ook ergens een hele grote pukkel bij je neus?
E: [lacht heel hard] Nou echt, soms zijn het zulke enorme varkens en zo lui!? En kiezen natuurlijk altijd voor hun vader…
M: Terecht toch?! A. Het zijn mannen. B. Het is hún echte vader C. Jij bent de gemene stiefmoeder, de heks, de indringer…. Dus logisch.
A: Maar, ik vind wel dat Esmee gelijk heeft eigenlijk. Hoe kunnen we deze smerige varkens opruimen? Dan komt Esmee tenminste weer aan de liefde toe. Dus….
E: [lacht heel hard] Nou, het zijn echt beesten!
A: Heb jij een grote auto eigenlijk?
E: [verbaasd] euhh best wel?
A: Heb je een beetje goed contact met de apotheek?
E: ……….
A: Nou, we doen het volgende. Als ze in hun stinkende nest liggen te rotten vannacht, spuit je ze gewoon plat met een paardenmiddel, zo’n mega slaapmiddel, vervolgens flikker je ze in de auto, in een zak met stenen, naar het kanaal en hoppetee! Plons…..
M: Dat is te simpel en pijnloos. Ik vind wel dat ze echt moeten weten dat Esmee de stiefmoeder de baas is. Dus we knippen hun vingers eraf, hun tenen en ook hun…..naja die dus..en dan…
E: [zit met hand voor de mond]. Stop maar. Dit kan echt niet…
A: Jawel, jawel…..zulke zwijnen verdienen het niet om..
E: [onderbreekt] Jullie zullen wel denken, wat is dat voor een verschrikkelijk mens.
M: Ja, maar wij zijn voor jou! Hup stiefmoeder!
E: [realiseert zich, hand voor ogen]. Oh mannen, ze zijn ook echt wel lief, doen echt hun best en hebben natuurlijk verdriet om hun overleden moeder…
A: Dit zijn beesten! Die moeten geruimd!
E: [ontspant, schouders zakken] Nee, echt. Ik zie ineens hoe het ook voor hun moet zijn, het zijn echt wel lieverds…ik schaam me en tegelijk was het ook even heerlijk dit moordplan te bedenken. Maar voor geen goud zou ik ze willen missen….

E: Mijn perspectief is echt veranderd, ik zat me zo aan ze te ergeren, ik zag echt alleen nog die…..[ze wordt even stil]…,maar niet meer de lieverds. Ik heb zin om ze echt te verwennen en iets leuks met ze te doen.

E: Dank mannen, ik was er echt even vanaf. Maar ja…..die jongens. Ach, die jongens…

Enigszins verbaasd verlaat Esmee de coachsalon, ze heeft een contract getekend, met een concreet plan om met haar lieverds te gaan doen. Mooi toch.

Met Harmen gaat alles super goed…

We zijn uitgenodigd bij een kennisfestival van een grote overheidsinstelling, er zijn ongeveer honderdvijftig managers aanwezig. Harmen komt binnen, een lange slanke man van rond de veertig.

M: Wat is het probleem?
H: [denkt na] Dat weet ik niet echt.
M: Je kijkt er een beetje moeilijk bij.
H: [serieus en opgewekt] Alles is wel goed. Ik hou van mijn kinderen. Ik doe veel met ze, tennis, voetbal etc. dus goed.
M: En jouw vrouw?
H: Die is aan het werk. Dat is wel een probleem.
M: [vrolijk, lacht] Probleem? Dat lijkt me heerlijk! Dat zouden er meer moeten doen.
H: [flauwe glimlach] Ja, maar we hebben geen gezinstijd, ze werkt in de weekenden en de koopavonden…Maar daarover zijn we al in gesprek geweest. Zij vindt het ook niet fijn. Dus we gaan misschien verder kijken.
A: [vrolijk] Jij gaat verder kijken naar een andere baan of andere vrouw?
H: [Nee, zij gaat kijken naar ander werk.
A: Kan ze een beetje kijken? Dat lijkt me wel mooi, kijken naar ander werk.
H: Nou, ze gaat zoeken!
A: Eerst gaat ze kijken en nu zoeken. Je bent lekker duidelijk chef!
H: [geamuseerd] Ze gaat op zoek naar ander werk.
M: Wat wil ze dan?
H: Ze wil gaan werken als ervaringsdeskundige.
A: [guitig] Aha, ze heeft veel ervaring met een man zonder problemen, ervaring met een heel fijn gezin waar alles goed loopt, lijkt me een hele kundige dame.
H: Nou, ze heeft een eetstoornis.
M: Ah, mooi! Is ze heel dik of heel dun?
H: [hapert] Ze is…dik…of, nou…gewoon veel te dik.
M: [armen wijd] Moddervet dus! Hoe is dat dan in bed eigenlijk? Is dat heel erg zoeken? Lijkt me wel leuk! Een soort puzzeltocht!
H: [lacht heel hard] Nou, zo erg is het ook weer niet.
M: Oke, nog wel seks dus.
H: [vrolijk] Jazeker! Er is veel om van te genieten!
A: Maar zij heeft dus een eetstoornis, en jij bent een super slanke en – volgens mij – sportieve vent, hoe is dat?
H: [open blik] Soms wel moeilijk, maar ik begrijp het wel…
M: Dat is lief van je, je walgt van je vrouw, maar je begrijpt het wel…
H: [geïrriteerd] Nee! Ik walg zeker niet van haar, ze is hartstikke lief en heeft veel verdriet gehad, er waren veel ‘druppels’ in het verleden die dit hebben veroorzaakt.
M: Was jij één van die ‘druppels’?
H: [bedachtzaam] goede vraag, nee, ik denk van niet. Het overlijden van mijn en haar eigen moeder hebben haar enorm diep geraakt. Ik ben trouwens ook hartstikke trots op mijn vrouw!
A: Dat is duidelijk Harmen. Goed zo! Maar eet ze dan ook stiekem, heb jij net een lekkere reep chocola voor jezelf gekocht en is die zomaar weg…
H: Ja, dat doet ze inderdaad. Maar zoals ik zeg, ik heb echt begrip. Dus ik ben bezig haar te helpen met het traject van maagverkleining, daarvoor komt ze nu in aanmerking.
A: Dat is prachtig, alleen heb je dan in bed straks weer zo’n hele slanke den, lijkt me ook niks toch?
H:[grote lach] ach jongens, ze is een topwijf!
M: Mooi! Wat fijn trouwens dat alleen zij last had va het overlijden van jouw moeder en jij niet. Jouw vrouw is er diep door geraakt, maar jou doet het niets Alles is opgelost, zei je toch? Hoe lang geleden is het eigenlijk?
H: Nu precies drie jaar, vier maanden en twee weken.
A: [vrolijk] Voor iemand die het niet veel doet, weet je wel verdomde goed wanneer jouw moeder is overleden Harmen…
Stilte
M: Mis je haar?
H: [tranen] Ik voel het nu wel.
[Stilte]
H: Ja, ik mis haar nog iedere dag…ik zag haar nog wekelijks, belde veel, we waren zo goed samen. Ze kon me heel goed adviseren en ook heel goed naar mij luisteren. Ze was zo lief.
A: [klapt in handen] En ineens, PATS, was ze weg?

Harmen begint te vertellen over de korte ziekteperiode, de laatste nacht wakend aan haar bed en haar sterven in zijn bijzijn.

H: Ik zou haar zo graag nog eens willen vertellen hoe het nu met me is.
M: Wat houd je tegen?
H: Ja, duh, ze is er niet meer?! Dat houd me tegen.
M: [hand op hart] Oh nee? Weet je dat zeker? Ik heb ook een dierbare verloren, soms ben ik nog even bij haar, voer ik een gesprekje, op een plek die voor ons beide belangrijk was…heb jij zo’n plek?
H: [zacht] Ja, wij hebben een tuintafel en daarachter een zitje, daar zat ik vaak, even alleen met mijn moeder, dronken we een wijntje…[glimlacht]
M: Volgens mij was je even bij haar, of niet?
H: [tranen in ogen] Ja. Eigenlijk wel.
M: Wat zou ze nu tegen je zeggen, denk je? Als ze je hier ziet zitten, bij de Mentale Knipbeurt.
H: Ik weet zeker dat ze heel trots op me is, dat ze het mooi vind dat ik zo’n open gesprek met jullie voer, dat deed ik ook wel met haar. Ze was echt een maatje.
M: Wanneer ga je daar weer zitten, met een wijntje en misschien ook een glas voor je moeder?
H: Dat ga ik dit weekend direct doen, het wordt prachtig weer, ik heb nog een flesje liggen die zij graag dronk. Wat een goed idee. Ik ga het echt doen!