Aron wil roeien met andere riemen

Wij zijn bij een financieel dienstverlener in Amsterdam, een groot en snel groeiend bedrijf dat internationaal werkt. De verdiensten zijn er uitstekend, dat is zichtbaar in het mooie oude verbouwde pand in de binnenstad.

Op onze gastenlijst staat hij als Aron aangemeld, maar de dertiger die de kapsalon binnenloopt stelt zich voor als E-ron.

Het gesprek gaat in een razend tempo. Aron weet soms niet waar en naar wie hij kijken moet in de spiegels. Tien minuten later staat hij enigszins beduusd weer buiten.

A: Huh, je heet toch Aron?
E: Ja maar mijn ouders noemen me E-ron, dat is mijn roepnaam.
A: Is dat gebruikelijk in jouw familie? Hoe heet jouw vader?
E: Jaap.
A: Dus jullie noemen hem Jeep.
E: [lacht] Nee, gewoon Jaap…
A: En je moeder?
E: Cecile…uh…ja verwarrend.
A: [chaotisch] Ja, verwarrend! Nou ja, wat kan ik voor je wegknippen?
E: Al mijn problemen.
A: Mooi! Dan pakken we de tondeuse! Snel en effectief!

M: Hoeveel problemen heb je eigenlijk?
E: Ik houd ze niet bij
M: Niet?! Waarom niet? Dat vind ik typisch iets voor iemand die de A en de E omdraait. Typisch…

E: Het grootste probleem is keuzestress over wat ik moet doen!
M: Maar weet je wat je wilt doen?
E: Ehh, nee…
M: Ja, dat geeft keuzestress en dat wordt natuurlijk niets.

E: Moet ik blijven of weggaan?
A: Waar, bij ons? Nee, blijf lekker zitten!
E: [lacht] Nee, bij dit bedrijf.
A: [lacht] Weggaan natuurlijk! Dat weet je zelf ook wel! Tssss. Nu het echte probleem…

E: Soms denk ik dat, ja….
M: Wat? Of dat het echte  probleem is?
E: Nee, dat ik wegga! Dat denk ik dan.
M: Hoe lang ben je hier al? Vijf of zes jaar?
E: Nee, vier jaar.
M: Precies dat! Tijd om te gaan toch?
E: [helemaal in de war, met grimas] Eh…huh, maar…

A: [onderbreekt] Wat geeft twijfel dat je denkt ‘ik moet weg’?
E: Nou, als ik hier over vijf jaar nog werk, wat heb ik dan geleerd? Is het een goede investering geweest?
A: Natuurlijk niet! Je twijfelt niet, je weet het al; je gaat weg!
E: [gespannen] Ja maar, ik weet niet wat er voor in de plaats komt…. dat is eng!

M: Welke sport doe je eigenlijk?
E: [energiek, vrolijk] Ik heb veel geroeid.
M: Met de riemen die je had? Of met andere riemen?
E: [wazig] Euh…
M: Wat vond je de leukste boot?
E: De vier.
M: Dubbel vier of vier zonder.
E: Zonder.

M: Waarom?
E: De combi van een technische boot met snelheid, een team om mee samen te werken en niet zo log als een acht.
M: Denk je veel na als je roeit?
E: Ja, continu! Is mijn haal goed? Wat kan ik beter doen? Wat doen mijn ploegleden?

A: Hoe is het met voelen?
E: [verbaasd] Voelen!?
A: Ja! Hoe voel jij je? Jij bent een wandelend en roeiend brein. PATS. [Arno geeft Eron een klap]
A: Voel je dat?
E: Ja, auw!
A: Dus je voelt! Mooi!
E: Ja, maar ik denk dat ik meer denk dan voel…
A: PATS [hardere klap]
E: [lacht] Auw!
A: Denk je auw of voel je auw.
E: Nee man, ik voel het!
M: Dus je voelt meer dan je denkt toch? Even over voelen hè? [Martijn vertraagd, zijn spreektempo en stem worden veel lager] In de stoel waar je nu zit. Hoe voelt het om te zeggen ‘ik blijf hier nog vijf jaar’.
E: [diepe zucht] Onverstandig.
M: Ga nu eens in de andere stoel zitten. Hoe voelt het als je hier zit en denkt ik ga weg.
E: Onzeker, angstig…
M: Dus onverstandig vs. onzeker. Onverstandig klinkt niet verstandig toch?
E: Uh. Nee?
M: Wil je terug naar die stoel?
E: Nee! Denk ik niet…en het voelt ook zo trouwens [grote glimlach]
M: Dus je blijven zo zitten?
E: Ja!
M: Wat zou je willen doen nu je weg bent hier bij deze club?
E: Een baan zoeken.
A: Nee lul! Wat ga je doen?
M: [beeldend, lyrisch] Het mooiste is ’s ochtends roeien op de Amstel. Als iedereen aan het werk gaat, jij in de boot, iedereen haast, jij in de boot. Heerlijk!

E: [lacht] Heerlijk!! Ik weet als ik hier niet meer zou werken, dan neem ik een jaar vrij. Dan zou ik dat zeker gaan roeien in de ochtend. Maar het zou helemaal fijn als ik dan al wist dat ik na dat jaar een nieuwe baan heb.

M: Dat wordt lastig natuurlijk want de kans is groot dat jij geen baan vindt toch? Zoveel kwaliteiten heb je nou ook weer niet. Dan zit je toch een jaar lang fronsend in de boot straks. Logisch dat jij je daar zorgen over maakt. Wat denk jij Arno?
A: Eens, dat wordt niets met Aron die Eron heet. Eigenlijk lijken Arno en Aron qua naam heel erg op elkaar. Dan zou ik Erno heten…raar…
M: Nee, dat wordt niets.

E: Ja, dat is wat ik denk!
M: Dat is ook feitelijk zo! Jij hebt geen kwaliteit toch?
E: Uhhhh
A: Hoe groot is de kans dat jij nooit meer aan de slag komt?
E: [overtuigd] Nihil!

A: Wil je terug in deze stoel?
E: [overtuigd] Nee!
M: Wanneer ga je de beslissing kenbaar maken?

E: Op moment dat ik een nieuwe baan heb.
A en M slaan beide met hand tegen hun voorhoofd.
A: Je ging toch vrij nemen?
E: Ik voel te veel angst om dat nu te zeggen….

M: What could possibly go wrong. Met al jouw kwaliteiten!
A: Straks zit je weer in zo’n kutbaan. Kun je weer niet roeien.

E: Ja, mannen. Het is wel duidelijk. Oke, dan hak ik de knoop door en zou het half januari zijn!
A: Daar hebben wij wat voor. [Martijn pakt het contract]

E: [tekent contract en leest voor] Ik, Aron, zeg voor februari aankomend jaar mijn baan op.
M: Ho ho…dit is niet goed.
E: [lacht en schrijft erbij] En ik ga een jaar tijd nemen om o.a. veel te roeien in de ochtend!

In het korte achteraf gesprek zegt Aron dat de vertraging en het voelen in de stoelen het omslagpunt was.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *