Philip dendert met 100 km/u over een kat heen

Philip is een forse man met vrolijke ogen. Als hij de kapsalon in loopt, trilt de vloer nog net niet. Hij ploft neer in de kappersstoel en kijkt verwonderd om zich heen naar de setting.

A: Zo! Als jij binnenkomt, komt er wel iemand binnen.
P: [glimlach] Ja, dat hoor ik vaak.
A: Je bent groot, je bent gekleurd, je hebt een vrolijke kop. Kortom, een man die zin heeft in het leven.
P: Ja, ik ben groot, gekleurd, vrolijk en val ook nog eens op mannen. Ik heb absoluut altijd zin in het leven. Altijd!
A: Is dat altijd zo geweest?
P: Ja, ik zeg altijd, het avontuur zoekt mij, en ik zoek het avontuur.
A: Dat is prachtig, dus jij hebt altijd avontuur?
P: Ja, het is voor mij altijd avontuur.
A: Heerlijk! Een avonturier met een probleem! Wat is het probleem?
P: Mijn probleem is dat ik een emotieloze opvoeding heb gehad.
M: Dat is geweest. En dat is geen probleem, dat is een feit, wat is dan het probleem?
A: Een avonturier met een emotieloze opvoeding? Hoe zag dat eruit?
P: Nou, ik mocht bijvoorbeeld niet huilen.
A: Dat lijkt me voor een avonturier ook logisch! En lachen mocht je nog wel?
P: [lacht] Ja, dat wel.
A: Lekker duidelijk tenminste! Dus wat is het probleem?
P: Het probleem is dat ik dat mijn dagelijkse leven ergens in mij heb bewaard.
A: [lacht hardop] Wat?! Dat ik mijn dagelijkse leven ergens in mij heb bewaard? Ergens in jou? Nou, er is nogal veel jij, dus dat wordt een hele zoektocht om dat te vinden. Gelukkig zijn Martijn en ik ook avonturiers….dus kom maar op!
P: [lacht mee] Nou, voor mij is het een soort emotionele knop die ik heel makkelijk om kan zetten, en als ik dat doe, voel ik ook echt niets meer.
A: Dat lijkt me fantastisch! Voel je nu wat?
P: [serieus] Nee, niets…
M: Is het ook echt een knop?
P: Nou, dat heb ik ook maar weer geleerd: dat het een knop is. Het is natuurlijk geen knop, maar als ik niet wil voelen, dan kan ik dat zomaar omzetten, zeg maar….

A: Is het nou een knop of niet?
P: [serieus] Bijvoorbeeld laatst, toen mijn moeder overleed.
A: Ja, dan wil je natuurlijk niet huilen!
M: En terecht! Zij heeft er ook wel om gevraagd, natuurlijk, met haar emotieloze opvoeding van jou!
P: [schiet in de lach] Precies!

We schieten allemaal in de lach, Philip veegt zijn lachtranen weg, zijn hele lijf beweegt….

P: [lacht nog] met…haar emotieloze opvoeding…[en lacht nog ff verder]
A: Maar wat is het probleem van het uitzetten van jouw gevoel?
P: Ja, andere mensen hebben daar wel eens last van.
A: Dat is hun probleem! Niet van jou.
M: Vertel jij dan niet aan die mensen dat jij een knop hebt die omgezet kan worden? Dat als ze emotie van jou willen, de knop dan op aan moet worden gezet?
P: Ja, dat zou kunnen helpen.
A: Heb jij er last van?

Philip denkt na. Martijn slaat hem hard op zijn knie.

P: [schrikt] Wat doe je?
M: Kijk of je hier emotioneel op reageert, of je iets voelt en of jij er dan last van hebt natuurlijk!
P: [lacht weer] Ik heb er zo nog niet naar gekeken, of ik er zelf last van heb. Ik zit met name over anderen na te denken.
M: Huh, Maar wat gebeurt er dan bij jou? Je wordt niet verdrietig over het feit dat je geen gevoel hebt…je moeder gaat dood, dat was terecht [Philip lacht] ….maar hoe is het dan met jouw gevoel, wacht… dit wordt ingewikkeld.
P: Voorbeeld, vorige week reed ik een kat dood, hij schoot plotseling uit de berm. Ik reed ongeveer honderd kilometer per uur. Mijn vriend zat naast me. Die kat was natuurlijk hartstikke dood. Dan voel ik niets, maar mijn vriend heeft daar een dag last van gehad. Die was helemaal onder de indruk. Ik niet.
A: Duh, welke kat haalt het in zijn hersens om over te steken terwijl er een iets te forse vrolijke avonturier met honderd op hem af komt. Eigen schuld toch?
P: [lacht] Ja maar ik voel dus niets.
A: Natuurlijk niet, met jouw gewicht en van die auto is zo’n kat in één keer plat!
M: Maar jouw vriend heeft er dus last van, dat is van hem. En had jij dan weer last van die vriend van je?
P: [giechelt] Nou, ik merk wel dat we dan een soort storing op de lijn hebben.
A: Maar hou je van hem?
P: [serieus] Jazeker, ik hou heel veel van hem!
M: Hoe weet je dat dan?
P: Nou, ik vind het prettig dat hij bij mij in de buurt is.
M: Maar dan voel je toch wat?! Of kan dat ook aan en uit zijn?
P: Eh, ja.
M: Dus soms weet je het wel en soms weer niet. Wanneer was de laatste keer dat je het gevoeld hebt? Dat je voelde, ik hou van jou.
A: Toen je over de kat reed?

Iedereen schiet in de lach. Als de lach voorbij is, verzacht A:rno

A: Jij lijkt mij een extreem lieve man, en dat meen ik oprecht. Jij lijkt mij ook een man die zich zorgen kan maken over anderen. Over hoe het met je vrienden is. Jij hebt een goede antenne voor anderen, over hoe het met ze gaat.
P: Ja, 100% waar!
M: Dat ís voelen! Dat kan jij dus. Zonder knop!
P: Klopt!
A: En vind je het dan eng om te voelen?
P: Nee, dat niet.
A: Vind je het eng om verdriet te voelen? Of boosheid?

Philip valt stil.

M: Kijk eens even naar jezelf in de spiegel. Denk eens na over je vriend. Die heeft dit allemaal aangehoord. Wat zou je nu tegen je vriend zeggen?

Philip denkt lang na.

A: Sorry voor de kat!
P: [schiet in de lach] Ik weet het niet.
A: Stel, jouw vriend komt bij je en zegt: ik heb kanker. Wat dan?
P: Dan schakel ik in een fractie van een seconde over. Oké, dat is zo. Daar kunnen we niets aan doen. En dan gaan we er een zo goed mogelijke tijd van maken.
M: En dan rij je hem onder de auto?!

P: [glimlach] Nee, kijk, het klinkt misschien hard, maar ik zit er niet mee, omdat ik denk: ja, het feit is er al. Dus we gaan door en maken er het beste van. .
A: Dus heb jij er dan wél last van, dat jij niet kunt voelen?
P: Nee.
M: Stel dat je dit nou gewoon zegt tegen die vriend: weet je, het is misschien stom, ik zie dat jij ermee zit, van die kat, maar voor mij is het niets, ik zit er niet mee. Dus ik zeg het toch maar even, dan weet je dat.
P: Ja, dat is denk ik het hoofdstuk wat ik zou moeten doen. Ik maak het nu niet bespreekbaar. Ik ga gewoon verder met mijn leven zonder anderen mee te nemen.
Arno [gaat voorover zitten en komt dichterbij Philip; hij praat zachter] Kun jij wel vertragen? Kan jouw tempo omlaag? Jij hebt een hoog tempo. Je rijdt met honderd een kat dood.
M: Sommigen doen dat met vijftig….
P: Moeilijk.
A: Heb je het zelfs geprobeerd?
P: JA!
A: Hoe dan?
P: Ik kwam vroeger vaak bij een andere vriend van mij; hij is inmiddels overleden. Hij was een paradijsvogel, een schilder, een muzikant. Hij had een bepaalde kijk op het leven, en daar nam hij anderen in mee, mij ook. Dan gingen we naar schilderijen kijken. Daar nam je dan de tijd voor.
M: Vond je dat prettig?
P: Ja, máár: als ik merk dat mijn leven rustig wordt, word ik dus heel onrustig.
M: En waarom besteed je dan geen aandacht aan die onrust?
A: Jouw neiging is dan om te gaan bewegen. Dan voel je de onrust dus niet.
P:Ja, correct.
A: Wil je dat zo houden? Dat kan ook, dat is ook een keuze, hè!?
P: Het klopt, dat vertragen is een goed idee!
A: Dus als je zegt: ik wil het zo houden, dan doe je dat. Als je zegt: ik wil het veranderen, dan moet je vertragen. Dus geen sprintje trekken, net als die kat waar je overheen bent gedenderd.

Philip lacht.

A: Durf je te vertragen?
P: Ja, dat durf ik.
M: Ga je een poging wagen?
P: Ja!.
M: Eigenlijk zeg je twee dingen. Eén: je zegt dat je de mensen die je lief hebt meeneemt in wat er met jou gebeurt. Dat is één. Gewoon een mededeling, maar wel op jouw manier. En twee: je gaat een poging wagen te vertragen, toch?
P: Ja, precies.
A: Nou, dan wil ik je alvast bedanken.
P: Waarvoor?
A: Dankjewel Philip, namens alle katten die je de komende tijd niet meer plat gaat rijden!

Dirk heeft drempelvrees

We bevinden ons in een groot reclamebureau, ergens in het hart van het land. Het kantoor bruist van jonge, creatieve medewerkers. Dirk betreedt de ruimte: een man van eind dertig, stijlvol gekleed en met een keurig getrimd baardje.


M: Je ziet er een beetje gespannen uit, Dirk!
D: Ach, het is meer gezonde spanning. Ik ben vooral nieuwsgierig.
M: Mooi! Wij ook. Wat is het probleem?
A: Je vrouw, misschien? Of het hele gezin? Heb je eigenlijk een gezin?
D: [lacht] Mijn vrouw en gezin zijn zeker niet het probleem!
A: [geheimzinnig] Als je dat zo stellig zegt, worden we juist achterdochtig… Kom op, vertel!
D: Nee, echt, daar ligt het niet aan.
M: Waar dan wel?
D: Het eerste wat in me opkomt, is het aangaan van conflicten.
M: “Het eerste wat in me opkomt, is het aangaan van conflicten?” Wat bedoel je daarmee? Ben je een conflictmijder?
D: [betrapt] Eh… ja, die neiging heb ik wel, ja.
M: Gelukkig! Fijn! Er is al genoeg conflict in de wereld. Gelukkig zijn er nog mensen zoals jij: mensen die het standpunt van de ander begrijpen en zichzelf niet als middelpunt zien. Ik zou er niets aan veranderen! Je verdient eigenlijk een lintje. Houden zo!
D: [lacht besmuikt] Nou, zo is het natuurlijk wel.
A: En je bent een schijterd. De sukkel die altijd alles over zich heen laat gaan. Loyaal aan anderen, maar niet aan jezelf… Tja, dat is het lot van een conflictmijder!
D: Nou ja, eh… soms zou ik in bepaalde situaties wel wat assertiever mogen zijn.
M: Kun je een beetje acteren? Heb je wel eens auditie gedaan? Dan moet je immers doen alsof je boos bent.
D: Nee, ik heb nooit auditie gedaan. En… soms wil ik het conflict wel aangaan en oplossen.
A: Maar daar ben jij natuurlijk veel te bang voor, hè? Je kunt er niet tegenop. Dat is iets voor duidelijke mensen!
D: Het gaat me niet om mijzelf. Het gaat over de werkvloer. Ik wil mensen aanspreken op hun gedrag!
A: [barst in lachen uit] Vind jij jezelf duidelijk? Heb je koers in je leven, of laat je je meevoeren door de context om je heen?
D: [iets verbolgen] Nou, ik heb ook wel eens de neiging om misschien wat… wollige taal te gebruiken.
M: [imiteert Dirk met een stemmetje] “Nou, ik heb ook wel eens de neiging om misschien wat wollige taal te gebruiken…” IK.VIND.HEEL.CONCREET.DIRK!
[Lachsalvo]
A: Zeg, Dirk, heb je kinderen? Ik ben heel benieuwd hoe je dat dan doet. [speelt verlegen] Eh… jongens, mag ik jullie iets vragen? Sorry hoor, maar… zouden jullie het erg vinden om… eh… aan tafel te komen? Als het niet uitkomt, is dat ook prima, hoor?
D: [lacht] Nou, dat is misschien wat overdreven. Maar ik ben soms inderdaad niet direct genoeg. Mijn vrouw is directer…
M: Zij snauwt de kinderen af en jij doet de afwas! Duidelijke rolverdeling!
D: Nou, ik streef naar gelijkwaardigheid!
A: [lief] Dat is een mooi streven, Dirk… I HAVE A DREAM!
D: [serieus] Ik zie dat zij dat inderdaad beter kan. Dat waardeer ik in haar, en daar leer ik van.
A: Maar dat is toch geweldig? Wat is dan het probleem? Als iets je niet zint, voel je dat dan?
D: Ja! Dan heb ik snel een gevoel bij. Dan voel ik spanning in mijn lichaam… een soort drempeltje.
A: En waarom benoem je dat drempeltje niet?
M: Ik snap het al! Dirk heeft drempelvrees!
[Lachsalvo]
D: Het is al veel beter geworden in de afgelopen jaren. Vroeger wilde ik een allemansvriend zijn.
M: Maar dat is toch een gave? Jij hebt een grote vriendengroep, bent een aardige vent. Wat is dan het probleem?
D: Nou, ik denk wel dat er situaties zijn waarin ik duidelijker zou willen zijn.
A: Hoe ga je eigenlijk over een verkeersdrempel?
D: [verbaasd] Nou, afremmen, goed kijken en dan eroverheen.
M: [wild] Dus niet gewoon KABOEM, vol gas eroverheen! Maar een beetje voorzichtig, hè? Hoe zou je voorzichtig over het drempeltje van Dirk kunnen?
A: Zie of voel je dat drempeltje op tijd?
D: Ja, maar ik stel het uit.
A: Dus je remt af, maar je moet eroverheen. Of neem je een andere route, zodat je niet op je bestemming komt?
D: Ja, ik wil er wel overheen, maar soms rijd ik een blokje om.
M: Hoe zou je dat anders kunnen doen?
D: [duidelijk] Gewoon voorzichtig eroverheen. Ik kan natuurlijk gewoon het drempeltje benoemen. Zeggen wat me dwarszit!
A & M: Neeee! Ben je gek geworden? Als leidinggevende kun je toch niet zomaar vertellen wat je…
D: [lacht en onderbreekt] Er is nu in mijn team een situatie. Ik ga vanmiddag dat drempeltje benoemen. Het lucht me nu al op om te weten dat ik het ga doen!
M: [met een knipoog] Ik hoop dat je goed verzekerd bent, Dirk. Gordel vast, airbags controleren, ogen dicht en dan heeeel langzaam over de drempel.
D: [brede grijns] Ja, ja, ik snap het.

Een waardeloze boerin

Het is halverwege de dag, we zijn bij een commercieel productiebedrijf en er komt een blonde dame binnen.

Y: [vrolijk] Hi, ik ben Ypie.
A: [klapt in handen] Ypie, dat is een mooie Friese naam. Waar kom je vandaan?
Y: Ik kom uit Achlum.
A: Mooi! Dat klinkt als een boerendorp. Ben je ook echt een boerinnetje?
Y: Ja, klopt!
A: Hoe is dat? Doe je zelf ook boerendingen.
Y: Ik ben opgegroeid op de boerderij van mijn ouders, ik had me altijd voorgenomen om nooit met een boer te trouwen, die stinken.
A: Ja, dat is ook zo, niet normaal. Dus dat heb je niet gedaan neem ik aan.
Y: Nou, toch wel, hij is een stugge Fries, dus die gaat niet voor mij door de knieen.
A: Typische boer! Niet?! Voor jou? Kun je nog van hem af?
Y: [opgewekt] Jawis! Maar dat wil ik niet
M: Hoe oud ben je eigenlijk?
Y: Dertig, net.
M: Ben je druk?
Y: Nou, ik ben een bezig bijtje, ik kan heel druk zijn, maar pas me aan aan mijn omgeving.
M: Dat is mooi, en niet het probleem, wat is wel jouw probleem?
Y: [glimlacht] Dat ik heel veel snoep eet…daar baal ik van.
A: Snoep is lekker, dat is geen probleem. Daar gaan wij onze tijd echt niet aan besteden. Wat is het echte probleem.
Y: Maar ik krijg van die suikerdips….nouja, waar ik wel tegenaan loop denk ik, is dat ik niet voor mezelf durf op te komen.
M: Dat denk je?
Y: Nee, weet ik zeker. 
A: Dat is logisch, je bent een blonde vrouw, dus dat hoort zo. En je bent niet zoveel waard toch?
M: Ja, een beetje waardeloos, dus dan is het logisch.
A: [vrolijk] Hoeveel ben je waard denk je? Hoeveel koeien?
Y: [lacht] Ik was met mijn vriend in Afrika, daar hadden ze het over 10, maar hij heeft 200 koeien, dus ik moet het wel waard zijn denk ik.
M: Waarom kom je niet voor jezelf op? Bent toch een leuk mens toch?
A: Ja, of ben je echt waardeloos,
Y: [bedrukt] Ik denk dan, tja, mijn mening…
A: [enthousiast] Precies dat, en je bent ook nog eens een blond boerinnetje die maximaal 10 koeien waard is, dus die mening van jou, dat snap ik wel…
Y: Als ik bijvoorbeeld in een gesprek zit, of discussie, en zij willen bijvoorbeeld een bepaald idee doen en ik heb een andere mening….dan laat ik dat gewoon maar zitten.

M: [optimistisch] Veel beter!! En dan lach je als een boerin met kiespijn…..en heb je in ieder geval geen conflict! Dus ik snap het wel.

Y: Ja, ik ben conflictmijdend.
M: Dat is prachtig! Als je nu alles heel spontaan eruit gaat flappen, zorgt alleen maar voor gedoe, bovendien ben je een blond dommig boerinnetje uit een boerendorp. Dus ga zo door!
A: Precies, je hebt ook mensen die alles maar roepen, beetje Gilles de la Tourette, ongeremd meningen en dingen roepen….daar wordt de wereld ook niet mooier van toch?
Y: [timide] Ja, nou, ik denk ook altijd dat…
M: Pas op! Je gaat nu toch geen mening geven?!
Y: [lacht hard] Nou ik denk altijd ook, wat zullen ze wel niet van je denken.
A: Nu denken ze, die Ypie is een collega zonder mening, dus lekker makkelijk.  Vind jij het belangrijk eigenlijk? Wat ze van je denken?
Y: [fel] heel belangrijk, ik wil wel de leukste zijn, ik weet ook wel dat het niet kan, maar het is er toch!
M: Dus je bent onzeker
Y: [timide] Ja..
M: Durf je daarover eerlijk te zijn?
Y: [vrolijk] Nee!! Ik wil stoer overkomen.
A: De stoere, onzekere boering uit Achlum….[luid] Ik.ben.Ypie.en.GVD.heel.onzeker!


Er volgt een hele harde en heerlijke lach

M: Stel dat jouw collega’s hier zouden zittten, wat zou je dan zeggen
A:Ik denk trouwens wel dat jij een van de uitzonderingen bent, we hebben al veel collega’s van je gesproken, die zijn allemaal heel erg duidelijk en zeker….
M: Ja! Zeker jouw vrouwelijke collega’s
Y: Ach….iedereen is onzeker, dat is ook zo
A: Wel!!
Y: Tuurlijk, ik ben GVD heel onzeker!!! [weer een lange en luide lach]
A: Dus wat kun je hiermee, wat wil je, ben je ok over wie je bent en wat je doen of wil je aanpakken…
Y: Beide! Accepteren en ook aan werken. Weet je…dan geef ik eens mijn mening…en wordt ik niet gehoord….
A: Tja….je blijft toch een blond dommig boerinnetje uit een boerendorp…dus het is jouw lot, en wat maakt het ook uit, je weet zelf ook wel dat mensen niet op jouw mening zitten te wachten. Met alle respect Ypie, maar ik neem jouw ook niet echt serieus…misschien moet je gewoon stoppen en een beetje als vrouwtje van de stinkende boer meewerken, en hem laten bepalen, zodat…

Y:  [onderbreekt, fel] Nou echt niet! Ik ga echt meer mijn mening laten zien, ik heb echt wel wat in mijn mars en….
M: [guitig] Nou Ypie, nergens om, maar..
Y: [Met felle stem en wijst vinger naar Martijn] Nee! Serieus! Ik laat me niet meer de mond snoeren!

A: [knipoog] Okee, okee….ik snap het. Laten we dat dan maar opschrijven, ik wist wel dat je het in je had!

Lisanne in de modder

Een jonge vrouw van tweeëndertig jaar stapt onverwachts de kapsalon binnen. Ze had geen afspraak, was eigenlijk onderweg naar een collega om iets te bespreken en zag een lege stoel (we gingen eigenlijk even een pauze houden). Ze vroeg of we haar tussendoor wilde knippen. Tuurlijk Lisanne, we eten later wel.

L: [opgewekt] Van een collega hoorde ik dat jullie heel goed zijn, dus ik wilde kijken of jullie mij ook kunnen helpen.
A: [vrolijk] Kom maar op dan met je probleem!
L: [voorzichtig] Nou ja, gaat eigenlijk om een onderliggend probleem…
A: Onderliggend? Heb je dan ook problemen die bovenop liggen?
L: [vertwijfeld] uhhh
M: Ligt het in de modder en is het niet zichtbaar?
L: Ja, zoiets. Ik kom er in vast te zitten en dan hoor ik dat stomme stemmetje dat zegt dat ik niet goed genoeg ben.
A: Maar dat klopt! Jij bent niet goed genoeg toch? Of ga je nu vertellen dat je wel heel goed bent?
L: Ja, ik denk het wel.
A: [vrolijk, met lach] Nou, ik denk het niet! Jij bent gewoon niet zo gelukt toch?
L: [verward] Euh, nou, nee….ik ben wel…
M: Dus jij laat je beïnvloeden door een stemmetje?! Luister je vaak naar vreemde mensen die iets slechts over jou zeggen?
L: Nee…
A: En zijn er veel echte mensen, van vlees en bloed dus, geen stemmetjes dus, maar echte mensen. Echte mensen die vinden dat jij het niet goed doet?
L: [met weerstand] Nee! Ik hoor juist dat ik dingen wel goed doe!
M: Wat?! Dus jij bent heel eigenwijs: mensen zeggen dat je het goed doet en jij hecht meer waarde aan een stemmetje.
A: Ben je eigenlijk goed in dingen weg stoppen?
L: Ja. En mijn voornemen is om weer mijn licht te laten schijnen.
A: [opgewekt] Dus je bent echt ergens goed in! Maar je licht te laten schijnen? Waarop?
L: Mijn licht wil ik laten schijnen op de donkere plekken…Op de plekken waar ik denk dat ik niet goed genoeg ben…

Lisanne valt stil en er stromen tranen over haar wangen

A: [verzacht]: Als er nu wat zand bij je voeten lag was er nu een kleine modderpoel ontstaan.
M: Ja! Dat was wel duidelijk geweest, ook voor ons, dat je in de modder zit!
L [Lacht] Ja, dat zou wel mooi zijn.
A: En waarom mag niemand eigenlijk zien dat je in de modder zit?
L: [beduusd] Dat weet ik niet, het voelt gewoon…
M: [onderbreekt] Heb je wel eens wad gelopen?
L: [verbaasd] Ja?
M: Niet alleen mag ik hopen?
L: Nee, er waren veel meer mensen bij.
M: Dus die hebben jou zien ploeteren?
L: [glimlach] Zeker
M: Mooi en heb je hun ook zien ploeteren?
L: Ja!
M: Dus iedereen was een beetje aan het ploeteren.
L: Ja!
A: En als je wilt laten zien dat je in de modder aan het ploeteren bent, aan wie zou je dat dan graag willen laten zien?
L [denkt even na] Aan mijn vriend en en mijn moeder.
M: En wat zou je dan zeggen?
L: Dat ik af en toe best wel een beetje een mess ben.
A: En zou er dan gebeuren?
L: Het lucht op.
M: Nu al?
L: Ja!
A: Dus wanneer stap je met je modderschoenen bij ze binnen?
L: Vanavond, direct!
M: Nu maar hopen dat ze geen lichtkleurig tapijt hebben
L [schiet in de lach] nee, in beide huizen ligt een houten vloer, dus het is zo opgeruimd.
Ik voel me een stuk lichter. Dank jullie wel!

Bianca heeft een cynische partner

Bianca zit in de kapsalon. Ze is eind veertig. Arno legt kort uit wat er in het komende kwartier gaat gebeuren, terwijl Martijn, de kapper achter haar, haar via de spiegel aandachtig observeert.

Martijn: Nou, welk probleem gaat het vandaag worden, Bianca?
Bianca: Ja, ik had vanochtend een probleem bedacht samen met mijn jongste dochter. Maar toen Arno zei: “We adviseren om je grootste probleem op tafel te leggen,” schoot er ineens iets anders in mijn hoofd. En toen bedacht ik me dat ik dat misschien wel wil aanpakken.
Martijn: Mooi! Dus je laat je dochter er mooi mee zitten!
Bianca: [lacht hardop] Ja, dat los ik wel op. Ik heb moeite met mijn cynische man. Die is vaak cynisch. En ik kan heel slecht tegen cynisme. Ik word daar echt chagrijnig van.
Arno: Dat klinkt goed! Je hebt hem dus duidelijk niet uitgekozen om zijn cynisme. Waar heb je hem dan wél op uitgekozen?
Bianca: Klopt! Wel om zijn gevoel voor humor, zijn scherpe analytische blik en zijn zorgzame karakter.
Martijn: [vrolijk] Een boel goede punten, zou ik zeggen. Dus eigenlijk maar één minpunt…ben je niet een beetje cynisch?
Bianca: [lacht] Nee, hij heeft zeker goede punten, maar het is niet meer zoals het was.
Martijn: En wat zegt hij als je zegt dat je zijn cynisme niet trekt?
Bianca: Dat hij niet cynisch is en dat het mijn gevoel is.
Arno: [opgewekt] Ah, dus het ligt aan jou! Ben jij een vervelende vrouw of zo?
Bianca: [kijkt betrapt] Nou, ik heb wel een paar fouten gemaakt in onze relatie.
Arno: Een paar? Hoeveel dan? Wat is de grootste fout?
Bianca: [twijfelend]…Dat …eh…ik een affaire heb gehad.
Arno: Dat lijkt me logisch, met zo’n cynische man. Recent of lang geleden?
Bianca: Negen jaar geleden.
Arno: [vrolijk] Negen jaar geleden, dat is lang! Het is tijd voor een nieuwe affaire, zou ik zeggen.
Martijn: Je kunt er ook mee dreigen: “Pas op met dat cynisme, anders ga ik weer een affaire beginnen!”
Bianca: [lacht hard] nou ja!
Arno: Heb je dan al negen jaar een soort spijtbetuiging achter de rug? Moest je boeten?
Bianca: Nou, we hebben al negen jaar therapie achter de rug. Net mee gestopt, trouwens.
Martijn: Wat!? Negen jaar therapie, was het de moeite waard? En heeft het het gewenste resultaat opgeleverd, los van het cynisme?
Bianca: [vermoeid] Ja, grotendeels.
Martijn: Klinkt allemaal een beetje… alsof je het allemaal weegt.
Arno: Maar voor mij ben jij een heel duidelijke vrouw.
Bianca: [duidelijk] Ja, dat klopt!
Arno: En hier ben je best wel voorzichtig.
Bianca: Ja, dat gevoel heb ik ook. [aarzelt even] Weet je, onze intimiteit is gewoon niet goed… Het was even een drempel om dit te zeggen.
Martijn: Mooi! Je mist die intimiteit en die heb je dus een tijd geleden bij iemand anders gezocht. Is dat gewoon niet de oplossing dan: intimiteit elders en je partner voor de rest?
Arno: Ja, dus wat is dan jouw probleem? Je man is cynisch, dat is van hem.
Bianca: Ik wil de zorgzame man liever terug!
Martijn: Maar die is er toch nog?
Bianca: Het zit nu diep verstopt in hem. Als ik hem aanraak, schrikt hij daarvan… Dan vertrouwt hij mij niet.
Arno: Je moet ook niet direct zo hard raken, ik snap wel dat je het helemaal verleerd bent, maar met jouw vuist in zijn gezicht is niet hoe het werkt met sex!
Bianca: [weer harde lach] Nee, zo bedoel ik het niet…Hij lijkt zich af te keren.
Martijn: Heb je zin om hem aan te raken?
Bianca: Ja, anders doe ik het niet.
Martijn: En zeg je dan ook iets tegen hem als je dat doet?
Bianca: Nee, eigenlijk niet…
Martijn: Dus hij schrikt misschien van jou?
Bianca: [verrast] Ja, dat zou best kunnen….
Martijn: Dus de volgende keer, raak je hem aan en zeg je wat liefs? Kijk, als ik nu jou ineens aanraak, dat is schrikken natuurlijk! Dus hij kan best schrikken, dat is niet zo gek misschien, toch?
Arno: Hebben jullie wel eens over liefdestalen gesproken?
Bianca: Ja, tijdens de therapie.
Arno: Welke is van hem?
Bianca: Fysiek, lichamelijk.
Martijn: Ah, een echte man!
Arno: En raakt hij jou ook wel aan?
Bianca: [eenzame uitstraling] Dat is voorbij!
Arno: Voorbij? Wat is dat voor een vent! Deed hij dat wel?
Bianca: [zacht] Ja, dat deed hij wel.
Arno: En deed hij het toen een beetje goed, toen hij dat in het begin deed?
Bianca: Ik was eigenlijk zijn eerste liefde. Hij was heel schuchter en voorzichtig. Dus daarin heeft hij – denk ik – nooit heel goed dat zelfvertrouwen kunnen ontwikkelen.
Arno: Dus dit is ook jouw schuld toch? Jij had hem moeten leren. Voel jij je schuldig?
Bianca: Dat heb ik wel lang gedaan, maar niet meer.
Arno: Ok… Wat gun jij jezelf?
Bianca: Nou, eigenlijk gewoon een warme, intieme relatie met hem.
Arno: Bianca, ff serieus nu. Hoe lang houd je dit nog vol?
Bianca: [kijkt geschrokken in de spiegel] Ja, dat is een goede vraag.
Martijn: Wat zou het je brengen als je stopt?
Bianca: Heel veel pijn en verdriet.
Martijn: Terecht, toch? Want je hebt al een relatie gehad. Maar wat zou het je kunnen brengen daarna?
Bianca: Een warme, intieme relatie met een andere man, denk ik. Uiteindelijk.
Martijn: Uiteindelijk. Maar daarvoor?
Bianca: Het is wel een energietrekker, onze relatie.
Arno: Ja, dus je krijgt meer energie, je krijgt meer ruimte.
Bianca: [resoluut] Ja, maar dat ga ik niet doen!
Martijn: Mooi! Dus je gunt jezelf geen ruimte.
Bianca: [resoluut] Nee, ik ga niet stoppen.
Arno: Mooi, dus je accepteert dit!
Martijn: Zijn jullie dan tot elkaar veroordeeld?
Bianca: Ja… [een traan welt op]
Arno: Wat is die traan?
Bianca: Nou, weet je, ik wil hem gewoon niet kwijt. Ik wil graag dat het goed is tussen ons. Dat wil ik, want weet je… ik hou gewoon van hem.
Martijn: En zou je dan kunnen bedenken: oké, er zijn een paar dingen die ik eigenlijk wel zou willen, maar die krijg ik niet. Dus je wilt een 8 en je zit op een 6,3. Zou je dan tegen jezelf kunnen zeggen: “Daar ga ik dan van genieten”?
Bianca: Ja, dat zou ik kunnen proberen… Hij was zo leuk, met zijn skateboard en zijn lange haren en zijn surfbusje en zijn grappige manier van kijken. Soms zie ik hem dan weer. Dan zie ik die man weer. Het zit er nog wel in.
Arno: Vertel je dat verhaal nog wel eens?
Bianca: Te weinig. Ik heb het de laatste keer gedaan en toen zag ik wel verzachting. Tegen de kinderen zei ik: “Weet je nog hoe ik jullie vader heb leren kennen? Waarom ik toen op hem viel?” Ze luisterden echt met open mond.
Arno: [zacht] Hoe zou het zijn om een tijdje met hem gewoon terug te gaan? In verhalen. Met hem. Daar zit de verbinding, toch?
Bianca: [knikt]
Martijn: Wat zou je met jezelf kunnen afspreken?
Bianca: Dat als ik hem aanraak, ik ook iets liefs bij zeg. En dat ik met hem terugga naar herinneringen. En dat ik berust in het feit dat het gewoon tijd nodig heeft om te kijken of het ons toch gaat lukken.
Martijn: Mooi. En wat ga je eigenlijk vertellen aan je jongste dochter straks?
Bianca: [lacht geschrokken] Mijn jongste? Oh kut, ja… Ik zou natuurlijk iets anders inbrengen bij jullie als ik met haar had afgesproken…
Arno en Martijn kijken Bianca via de spiegel aan.
Bianca: [denkt even na] Ik ga zeggen dat ik iets anders heb besproken en dat het ging over papa en mij. Dat we nog wat liever naar elkaar kunnen doen. En dat ik daar mijn best voor ga doen… Dank jullie wel!

Emma is jong en terminaal

We zijn bij een groot bedrijf actief in infrastructurele projecten. Een jonge vrouw stapt nieuwsgierig de kapsalon binnen.

A: Hoi, vind je het spannend?
E: [timide] Een beetje.
A: Ben je bangig aangelegd?
E: uhh, nee.
A: [verbaasd] Wat! Dus je doet nu alsof?
E: Nou dat wil ik niet zeggen, maar mijn probleem gaat wel over iets spannend vinden.
M: Gaat het over sex?
E: [lacht] Wat? Nee!
A: Vertel!
E: Nou ik ben twee jaar geleden afgestudeerd en werk hier nog niet zo lang. Ik heb het gevoel dat hier veel slimme mensen werken en ik wil niets doms zeggen, dus houd ik vaak mijn mond, want ik wil een goede indruk achterlaten.
A: Maar je zegt dus wel af en toe wat toch?
E: Ja, zeker
A: En dan komen er vermoedelijk hele domme dingen uit je mond!
E: Neeee, die dingen zijn wel oke!
A: [gerustgesteld] Ooohhh, gelukkig…dus je bent niet dom!
M: En als je luistert naar die collega’s, hoor je dan dat ze slimme dingen zeggen?
E: [vrolijk] Ja, vaak wel.
M: En waarschijnlijk slimmer dan jij toch? Dus je bent vermoedelijk toch dommer dan zij. Snap je alles wat ze zeggen?
E: Nee, niet altijd
M: [overtuigd] Ja, dat dacht ik al! Toch dom. En stel je dan een vraag over wat je niet snapt?
E: [vertwijfeld]…nee? Denk ik?
M: Dus eigenlijk heb je twee problemen: je zegt niet wat je vindt en je stelt geen vragen.
A: Ben je een beetje een muurbloempje?
E: Nee, zo zou ik mezelf niet omschrijven
A: Maar ik wel. Waarom jij niet?
E: [krachtig en ontspannen ]Nou als ik bij vriendinnen ben, dan ben ik behoorlijk aanwezig en heb veel te vertellen en kan ook wel pittige vragen stellen.
M: Dus je ontneemt je collega’s een veel leukere versie van jezelf. Die laat je alleen aan vriendinnen zien. Leuke collega ben jij!
E: Ik ben bang dat mijn collega’s me niet leuk vinden.
A: Dat lijkt me ook, je bent ook niet leuk. Jij kunt namelijk veel leuker zijn!
M: Hoe zou het zijn als je jezelf wel laat zien hier?
E: [timide] Maar hoe dan?
A: Kun je goed opdrachten uitvoeren?
E: [verbaasd] uhhh, ja, dat denk ik wel…
A: Ik vind het twijfelachtig, maar je doet dan echt je best op een opdracht?
E: Ja!
A: Oke, de opdracht is: elke dag in ieder geval één uur de meest actieve bijdehante versie van Emma te zijn hier op kantoor.
E [lacht opgelucht]…oke, dat ga ik doen…denk ik
M: Denk je? Voor een dom iemand, denk je wel veel!
A: Waarom doe je nu al zo serieus? De meeste mensen doen dat op latere leeftijd pas. Hoe oud ben je?
E: uuhhh, zesentwintig.
A: Zesentwintig, en nu al terminaal serieus!
E: [schrikt en lacht] Terminaal?
A: Vind je jouw collega’s serieus?
E: Ja, de meeste zijn een stukje ouder dan ik en heel serieus.
A: Precies! Daarom krijgen wij er zoveel van hen bij ons in de kapsalon, omdat ze veel te serieus doen. En jij doet het nu al!
M: [bozig] Jij verpest het voor hen: nemen ze eindelijk een jong iemand aan voor wat sprankeling, ga jij serieus lopen doen. Gemenerik!
E: [lacht luid en ontspannen] Ja, echt hè! Errug…. [hand voor de mond]
A: Dus jij spreekt nu met jezelf af om gewoon de spring in het veld te zijn die je bent en dan zien we je over vijftien jaar weer terug als je echt terminaal serieus bent geworden. Deal?
E [springt lachend op uit de stoel] Deal!

Aron wil roeien met andere riemen

Wij zijn bij een financieel dienstverlener in Amsterdam, een groot en snel groeiend bedrijf dat internationaal werkt. De verdiensten zijn er uitstekend, dat is zichtbaar in het mooie oude verbouwde pand in de binnenstad.

Op onze gastenlijst staat hij als Aron aangemeld, maar de dertiger die de kapsalon binnenloopt stelt zich voor als E-ron.

Het gesprek gaat in een razend tempo. Aron weet soms niet waar en naar wie hij kijken moet in de spiegels. Tien minuten later staat hij enigszins beduusd weer buiten.

A: Huh, je heet toch Aron?
E: Ja maar mijn ouders noemen me E-ron, dat is mijn roepnaam.
A: Is dat gebruikelijk in jouw familie? Hoe heet jouw vader?
E: Jaap.
A: Dus jullie noemen hem Jeep.
E: [lacht] Nee, gewoon Jaap…
A: En je moeder?
E: Cecile…uh…ja verwarrend.
A: [chaotisch] Ja, verwarrend! Nou ja, wat kan ik voor je wegknippen?
E: Al mijn problemen.
A: Mooi! Dan pakken we de tondeuse! Snel en effectief!

M: Hoeveel problemen heb je eigenlijk?
E: Ik houd ze niet bij
M: Niet?! Waarom niet? Dat vind ik typisch iets voor iemand die de A en de E omdraait. Typisch…

E: Het grootste probleem is keuzestress over wat ik moet doen!
M: Maar weet je wat je wilt doen?
E: Ehh, nee…
M: Ja, dat geeft keuzestress en dat wordt natuurlijk niets.

E: Moet ik blijven of weggaan?
A: Waar, bij ons? Nee, blijf lekker zitten!
E: [lacht] Nee, bij dit bedrijf.
A: [lacht] Weggaan natuurlijk! Dat weet je zelf ook wel! Tssss. Nu het echte probleem…

E: Soms denk ik dat, ja….
M: Wat? Of dat het echte  probleem is?
E: Nee, dat ik wegga! Dat denk ik dan.
M: Hoe lang ben je hier al? Vijf of zes jaar?
E: Nee, vier jaar.
M: Precies dat! Tijd om te gaan toch?
E: [helemaal in de war, met grimas] Eh…huh, maar…

A: [onderbreekt] Wat geeft twijfel dat je denkt ‘ik moet weg’?
E: Nou, als ik hier over vijf jaar nog werk, wat heb ik dan geleerd? Is het een goede investering geweest?
A: Natuurlijk niet! Je twijfelt niet, je weet het al; je gaat weg!
E: [gespannen] Ja maar, ik weet niet wat er voor in de plaats komt…. dat is eng!

M: Welke sport doe je eigenlijk?
E: [energiek, vrolijk] Ik heb veel geroeid.
M: Met de riemen die je had? Of met andere riemen?
E: [wazig] Euh…
M: Wat vond je de leukste boot?
E: De vier.
M: Dubbel vier of vier zonder.
E: Zonder.

M: Waarom?
E: De combi van een technische boot met snelheid, een team om mee samen te werken en niet zo log als een acht.
M: Denk je veel na als je roeit?
E: Ja, continu! Is mijn haal goed? Wat kan ik beter doen? Wat doen mijn ploegleden?

A: Hoe is het met voelen?
E: [verbaasd] Voelen!?
A: Ja! Hoe voel jij je? Jij bent een wandelend en roeiend brein. PATS. [Arno geeft Eron een klap]
A: Voel je dat?
E: Ja, auw!
A: Dus je voelt! Mooi!
E: Ja, maar ik denk dat ik meer denk dan voel…
A: PATS [hardere klap]
E: [lacht] Auw!
A: Denk je auw of voel je auw.
E: Nee man, ik voel het!
M: Dus je voelt meer dan je denkt toch? Even over voelen hè? [Martijn vertraagd, zijn spreektempo en stem worden veel lager] In de stoel waar je nu zit. Hoe voelt het om te zeggen ‘ik blijf hier nog vijf jaar’.
E: [diepe zucht] Onverstandig.
M: Ga nu eens in de andere stoel zitten. Hoe voelt het als je hier zit en denkt ik ga weg.
E: Onzeker, angstig…
M: Dus onverstandig vs. onzeker. Onverstandig klinkt niet verstandig toch?
E: Uh. Nee?
M: Wil je terug naar die stoel?
E: Nee! Denk ik niet…en het voelt ook zo trouwens [grote glimlach]
M: Dus je blijven zo zitten?
E: Ja!
M: Wat zou je willen doen nu je weg bent hier bij deze club?
E: Een baan zoeken.
A: Nee lul! Wat ga je doen?
M: [beeldend, lyrisch] Het mooiste is ’s ochtends roeien op de Amstel. Als iedereen aan het werk gaat, jij in de boot, iedereen haast, jij in de boot. Heerlijk!

E: [lacht] Heerlijk!! Ik weet als ik hier niet meer zou werken, dan neem ik een jaar vrij. Dan zou ik dat zeker gaan roeien in de ochtend. Maar het zou helemaal fijn als ik dan al wist dat ik na dat jaar een nieuwe baan heb.

M: Dat wordt lastig natuurlijk want de kans is groot dat jij geen baan vindt toch? Zoveel kwaliteiten heb je nou ook weer niet. Dan zit je toch een jaar lang fronsend in de boot straks. Logisch dat jij je daar zorgen over maakt. Wat denk jij Arno?
A: Eens, dat wordt niets met Aron die Eron heet. Eigenlijk lijken Arno en Aron qua naam heel erg op elkaar. Dan zou ik Erno heten…raar…
M: Nee, dat wordt niets.

E: Ja, dat is wat ik denk!
M: Dat is ook feitelijk zo! Jij hebt geen kwaliteit toch?
E: Uhhhh
A: Hoe groot is de kans dat jij nooit meer aan de slag komt?
E: [overtuigd] Nihil!

A: Wil je terug in deze stoel?
E: [overtuigd] Nee!
M: Wanneer ga je de beslissing kenbaar maken?

E: Op moment dat ik een nieuwe baan heb.
A en M slaan beide met hand tegen hun voorhoofd.
A: Je ging toch vrij nemen?
E: Ik voel te veel angst om dat nu te zeggen….

M: What could possibly go wrong. Met al jouw kwaliteiten!
A: Straks zit je weer in zo’n kutbaan. Kun je weer niet roeien.

E: Ja, mannen. Het is wel duidelijk. Oke, dan hak ik de knoop door en zou het half januari zijn!
A: Daar hebben wij wat voor. [Martijn pakt het contract]

E: [tekent contract en leest voor] Ik, Aron, zeg voor februari aankomend jaar mijn baan op.
M: Ho ho…dit is niet goed.
E: [lacht en schrijft erbij] En ik ga een jaar tijd nemen om o.a. veel te roeien in de ochtend!

In het korte achteraf gesprek zegt Aron dat de vertraging en het voelen in de stoelen het omslagpunt was.

Trage Joost

We zijn bij een opleidingsinstituut, alle mensen die de training Persoonlijk Leiderschap doen krijgen een Mentale Knipbeurt. Joost komt de kapsalon binnen. Hij is begin twintig en heeft een vrolijke kop.

A: Vertel Joost, wat is het probleem?!
J: Sinds februari heb ik een nieuwe baan, ik heb veel hobby’s, houd van sporten en heb een vriendin. Ik heb te weinig vrije tijd!
A: Nee, je hebt genoeg tijd, maar bent gewoon traag!
J: Oh, ja…zo kun je het ook zien.
A: Ben je ook traag geboren?
J: Nou ehh, ja ehh…
A: Ja dus. Trage Joost.

A: Dus het is geen verrassing dat dit zo gaat toch? Als je traag bent, moet je doseren en je activiteiten aanpassen aan jouw lage tempo. Dus wat is het probleem?
J: Nou, ik krijg mijn studie niet af en haal geen goede cijfers.
M: Dus je bent niet alleen traag, je bent ook niet zo slim?
J: [verbaasd] Nou, ik ben euh…
A: Kijk Joost, er zijn twee soorten mensen. Je hebt mensen die hebben het op orde, zijn goed voorbereid en halen gewoon hun studie in de daarvoor gestelde tijd. Dat zijn de snelle en slimme mensen. En je hebt mensen zoals jij, die sukkelen en ploeteren totdat ze het opgeven.
J: Ja, de rest van mijn studiegenoten gaan wel hard.

M: Jij hangt er gewoon achteraan! Vind je het erg dat de mensen er wat van vinden? Het is een beetje zoals de Tour de France: je moet binnen een bepaalde tijd binnen zijn, anders mag je de volgende etappe niet meer starten. Werkt dat hier ook zo?
J: Ja! Ik moet 42 studiepunten halen, anders lig ik eruit. En ik zit ook nog ik een soort HBO-groep, dan kan ik deze universitaire studie sneller en in kortere tijd doen.
A: [lacht hard] Wat! Jij, trage Joost, zit in een groep die sneller en in kortere tijd iets voor elkaar moet krijgen?! [lacht]
M: Je speelt boven je niveau man, dit is de Champions League, jij hoort in de Keuken Kampioen divisie thuis!
J: [lacht hard] Misschien is dat het wel ja…
A: Wat zei je?
J: Misschien is dat het wel. Het lijkt inderdaad wel topsport. Het is gewoon zo veel in te weinig tijd.
M: Degradareren dus! Hoe voelt dat?
J: [vrolijk] Dat lucht eigenlijk wel op! Ja, geloof ik wel…
A: Dus als je doorgaat zoals je nu doet, komt het dan wel goed met Joost?
J: Nee…nee, dan stop ik ermee.
M: [gespeeld geschrokken] Wat! Ga je zelfmoord plegen?!
J: [lacht hard] Nee, ik stop niet met het leven, maar wel met de studie! Dus ik wil wel stoppen met dít leven.
A: Ik ben in de war, wil je nu wel of niet stoppen met leven.
J: [lacht] Niet met leven, maar wel met dit leven.
A: Heb je meerdere levens dan?
J: Ja, zo voelt het soms wel.
M: [naar Arno] Moeten we Joost wel laten gaan zo meteen? Hij zegt zulke rare dingen…begrijp jij het nog?

J: [duidelijk] Ik bedoel dat ik niet meer zo hard wil werken, de nieuwe baan en de studie is gewoon teveel.
A: En vergeet je vriendin niet, vraagt zij ook veel energie? Misschien moet je jouw relatie gewoon verbreken. Schept heel veel ruimte hoor!
J: Nee, absoluut niet! Ik ben dol op haar.
M: Dus waar ga je dan mee stoppen?
J: Het voelt als falen.
A: Dat is het ook. Dus je gevoel klopt! Dat is fijn toch?
J: Ik begin vaker met dingen…en dan stop ik weer. Verdomme…deze wil ik wel afmaken, en dan lukt het weer niet…

M: [lacht hard], Arno en Joost lachen mee!

M: Ik vind het wel mooi, je bent traag en niet slim EN ook nog stronteigenwijs!! Je begint vaak met dingen en stopt er dan weer mee. Hoe vaak heb jij je al gestoten tegen dezelfde steen? Joost mag het weten!

Er wordt weer volop gelachen. De opluchting is voelbaar. De duidelijkheid is ook voelbaar. Joost weet het nog niet helemaal, maar er dringt wel degelijk een besef door.

M: En als je nou gewoon zegt: Fuck-it
J: Tegen het streven?
M: Ja! Als het lukt, fijn, zo niet, dan niet.
J: Maar wat ga ik dan doen?
A: Met iets nieuws beginnen…[lacht] en weer niet afmaken!

Wederom wordt er volop gelachen.

M: Ben je gelukkig?
J: [resoluut] Nee! Ik heb het sporten op laag pitje gezet.
M: Dus als je jouw studie inruilt voor sport, wordt je dan gelukkiger?
J: Ja!
M: Wat doe je dan voor sport?
J: Meerdere sporten! Kitesurfen, hardlopen, voetbal en padel.

A: Joost! Ik voel de energie terugkomen als je het hier over hebt, en het stroomt eruit als je het over je studie hebt. Dit gaat over energie. Jij bent meer een beweger dan een stilzitter toch? En ik denk niet dat jij de studieboeken op je surfboard meeneemt. Dus je zit stil als je studeert. Als. Je. Zou. Studeren…

M: Nou, hoe is dat?
J: [helemaal aan] Opgelucht!
A: Dus?
J: Het lukt me niet om nu te zeggen dat ik ga stoppen met de studie.
A: Wel.
J: [verward] Wat?
A: Je hebt het net gezegd. Dat.Ik.Ga.Stoppen.Met.De.Studie. Dus je bent de zin begonnen, en hebt hem afgemaakt. [lacht] Jij kunt iets Joost!

J: Ik wil de studie echt graag afmaken. Maar ik ga het in een langzamer tempo doen! Ik heb een te hoge ambitie neergezet, het lukt gewoon niet. En ik ga meer sporten!

Jente, de liegende kunstenaar

We zijn bij een reclamebureau in het midden van het land. Een hippe, jonge en bruisende organisatie. Alle vijfentwintig medewerkers krijgen een Mentale Knipbeurt. Jente komt binnen. Een knappe vrouw van ongeveer dertig jaar neemt plaats in de stoel.

A: Hoe zit je hier? 
J: Een beetje gespannen. Ik ga morgen op reis, heb net een groot project afgerond en slechte nachten gehad. Daar word ik labielig van… 
A: Waar word je labiel van, van de reis? Geinig woord trouwens:  la-bie-lig. 
J: [glimlacht] Nee, nee, er suist iets onder. 
A: Wat?! Er suist iets onder? Daar word je la-bie-lig van? Dus er is geen onderstroom, maar ondersuis! 
J: Ja! Mijn vriend en ik staan voor een grote fase in ons leven en er is niet altijd verbinding… M: Oh, dus je gaat alleen op reis? 
J: Nee, met een klant. 
M: Dat is geen ondersuis, dat is vreemdgaan! 
J: [lacht hard] Nee, echt niet. Het is een klantreis die onderdeel is van een grote campagne. M: [guitig] Ja ja, een leuke klant… [knipoog] 
J: [lacht heel hard] Nee, oprecht niet. 
A: Wat is eigenlijk het probleem? 
J: Ik eh… ik word gewoon heel snel, eh… misschien is dat wel mijn probleem, eh… ik kan van kleine dingen van de mik raken. 
A: Van de mik? Wat is dat? 
J: Nou, ik word angstig, ga piekeren, dan neemt mijn hoofd het over. 
M: [fluistert] Jente… wat doe jij hier? 
J: [een beetje geschrokken] Eh, hier bij jullie? 
M: [fluistert] Nee, hier, bij dit reclamebureau. Dit zijn allemaal kleine dingen hier, jij bent continu van de mik. Waarom ga je niet weg? 
J: [zachte stem, zachte ogen] Daar ben ik al mee bezig. Ik word blij van mijn creativiteit; het liefst zou ik kunstenares worden. 
M: [enthousiast] Wat goed! Wat ga je maken? 
J: [energiek] Ik kan goed schilderen, objecten maken én verzinnen. 
M: Wanneer ga je beginnen? 
J: [melancholiek] Het liefst gisteren nog. 
M: Wat houd je tegen? 
A: Jente! Kijk eens wat er in jouw gezicht gebeurt. 
J: Ik zie het. Ik word heel blij als het over kunst gaat, en heel zwaar als het over werk gaat. Maar ik heb geen tijd. Nou, ik heb wel tijd voor werk, maar niet voor leuke dingen! 
A: [lacht] Dat vind ik altijd zo mooi aan jou, dat je zulke goede keuzes maakt. 
M: Hoe lang ga je dit volhouden? Hoe oud ben je? Heb je kinderen? 
J: Ik ben 31 en we hebben geen kinderen, maar wel een kinderwens. Dus ik moet meer rust en ruimte hebben. 
A: Wat wordt de concrete stap? Je bent dus met iets nieuws bezig. 
J: Ja, maar dat is gewoon een baan. Ik ben ook een realist. 
M: Wel?! [lacht] Ik denk dat hier iemand zit die helemaal niet realistisch is… een echte kunstzinnige dromer! 
J: [lacht] Ja, maar ik moet ook geld verdienen om te kunnen leven. 
A: Klopt, dat doe je alleen niet. 
J: Wel! Ik verdien toch geld? 
A: Ja, alleen je leeft niet! 
J: [geschrokken] Deze baan put me uit. 
M: Wanneer ga je zeggen dat je stopt? 
J: [twijfelt] Eh, ik ga in gesprek om te zeggen, eh… dat ik meer interne projecten wil, en… 
M: Klinkt lekker duidelijk. 
A: Soms ben je wel heel duidelijk. 
M: Wil je hier werken? 
J: Nee! 
A: Dus wat moet je dan zeggen? 
J: [zacht] Dat ik ga stoppen! 
A: Zeg dat nog eens? 
J: [luid] Dat ik ga stoppen! 
M: Hoe is het om dat te zeggen? 
J: [opgelucht] Op zich geeft dat wel vrijheid, laat ik zeggen… het is heel eerlijk! 
M: Ben jij een oneerlijk mens? 
J: Nee! 
A: [vrolijk] Je zit dus jezelf in de weg! Je liegt tegen je collega’s. Je bent een leugenaar! [lacht] 
J: [lacht heel hard] Ja! Hahahahaha 
M: Jente, de liegende kunstenaar! 

Er wordt voluit gelachen, er is opluchting. 

A: Wanneer ga je het zeggen? 
J: Eerst deze klantreis overleven, dan een weekje vakantie… 
A: Wat ga je doen in je vakantie? 
J: Ik ga proberen deze niet vol te stoppen met sociale dingen; dat is mijn valkuil. Ik wil even niet te veel. 
M: Hoe zou dat zijn? 
J: [voluit] Heerlijk! Ik wil gewoon even niemand zien, beetje klooien in huis. 
A: Hoe ga je dat organiseren? Wat moet je afzeggen? 
J: Nou, ik moet het goed bekijken; sommige dingen kun je niet afzeggen… familiedag bijvoorbeeld. 
M: Nee, dat klopt. Dat kun je zeker niet afzeggen! Al zou het wel lekker zijn. 
J: Pfff, nou, in mijn familie… 
A: Jente! Wat jij doet: jij geeft al je ruimte weg, aan vrienden, collega’s, familie. Dat kost ongelooflijk veel energie. Net zei je dat je rust en ruimte nodig hebt. En je geeft het gewoon weg! Jij wilt wel ruimte, toch? 
J: Ja! 
A: Jij bent een gevoelige vrouw, pikt alle kleine dingen op van anderen, gaat redden, regelen… en je raakt van de mik! Niet alleen zakelijk, maar ook privé. 
M: Wanneer ga je het gesprek voeren? 
J: De week na mijn vakantie. 
M: Met wie? 
J: Met Erik, dat is de manager. 
A: Hoe voelt dat? 
J: Lekker, het geeft lucht… [stilte]…[guitig] eigenlijk wel grappig, ik ben dus een beetje een leugenaar. 
M: Een beetje? Je liegt dat je barst! Je bent de Donald Trump van dit bedrijf! 

Er wordt voluit gelachen, Jente tekent haar contract en gaat vervolgens opgelucht naar buiten.

De grensbewakers

We zijn bij een grote onderwijsinstelling in het midden van het land. Normaal gesproken hebben we één gast per knipbeurt, maar vandaag is het geen gewone dag: we hebben er twee. Twee dames, collega’s, Annet en Milou.

A: Doen jullie veel samen? An & Mi: [in koor] Ja!

A: Wonen jullie ook samen? An & Mi: [weer in koor, giechelend] Nee.

A: Maar het had wel gekund, toch? An: [De dames kijken elkaar aan.] Ja, het had wel gekund, wat mij betreft. Mi: [lacht] Jaaa, wat mij betreft ook… maar ik heb al een huisgenoot.

A: Jammer eigenlijk, maar ja. M: Jullie hebben ook nog eens hetzelfde type schoenen aan: bergschoenen, toch? Mi: We wandelen graag en doen dat ook nog eens veel samen!

M: Nou zeg, ik vind het allemaal nogal dubbel. Ik hoop wel dat jullie hetzelfde probleem hebben. A: Precies! Alles leuk en aardig, maar nu even serieus: wij behandelen normaal gesproken één probleem per persoon in een kwartier. Jullie zijn met z’n tweeën, maar we hebben nog steeds maar een kwartier. Dus we kunnen jullie alleen helpen als jullie hetzelfde probleem hebben. En nu ik jullie zo hoor, denk ik dat dat een zekerheidje is, toch? An & Mi: [giechelend in koor] Ja, dat klopt!

M: [gaat er eens goed voor zitten] Ik heb er nu al zin in! A: [vrolijk] Nou, zeg het dan maar. Graag weer in koor! Mi: Uh, dat wordt moeilijk… A: Dat is een tegenvaller! Als het in één woord te vangen is, welk woord is het dan? An & Mi: [in koor] Grenzen!

A: Mooi! Grenzen? Komen jullie graag over de grens met jullie gezamenlijke wandelingen? Of gaan jullie samen over de grens bij collega’s? Mi: Nee, we zijn juist grenzeloos! Collega’s gaan over onze grenzen heen! An: Iedereen hier maakt te pas en te onpas gebruik van ons; we bewaken onze grenzen niet goed!

M: Dus jullie zijn een soort Europa: iedereen kan vrij binnenkomen? Geen grensbewaking te zien hier! A: Maar dat is toch juist mooi? Heel gastvrij! Iedereen wil graag in het land van Annet en Milou. Dat zouden meer landen moeten doen. M: Jullie zien er trouwens ook totaal niet uit als Marjolein Faber, maar dat terzijde. Precies wat Arno zegt! Dus wat is het probleem? An: Nou, de workload wordt gewoon te groot! A: De wat? De wurk loot? Mi: De workload, de werklast, we hebben te veel werk!

M: [duidelijk] Nou zeg, kom op, dames! Jullie zien er best sterk uit, hebben goede schoenen aan. Stellen jullie je niet gewoon een beetje aan? Hup, samen even de schouders eronder en gaan! An: [tranen in haar ogen] Nee, het is echt niet grappig, we gaan eraan onderdoor. A: [lacht] Eraan onderdoor? Waarom niet er overheen? Hoe weet je dat je eraan onderdoor gaat? En mooi dat jullie in meervoud blijven praten: “We gaan eraan onderdoor.” Maar ff voor jou: ben jij al eens omgekukeld dan? An: [laat haar hoofd hangen] Nou, bijna wel, ja… Milou is echt omgevallen… Mi: [heeft inmiddels ook tranen in haar ogen] …ja… dat was echt een rottijd…

We vertragen het tempo en laten dit even bezinken.

M: [loopt naar een kast die in het kantoor staat en pakt er een stapel boeken uit] Annet, zou jij deze boeken even voor mij willen vasthouden? An: [kijkt verbaasd en steekt haar armen uit] Ja, uh, maar waarom eigenlijk? M: [glimlacht] Kijk, daar ga je al: je neemt zomaar iets aan van een ander. Zo wordt je workload inderdaad snel groter… Hoe zwaar voelt dit stapeltje boeken voor je? An: [trekt een moeilijk gezicht] Poeh, dit is best zwaar! A: Voelt dit een beetje als het gewicht van jouw werklast? An: Nou, dit is wel erg zwaar! A: [haalt er twee boeken vanaf] En nu? An: Ja… dit is het wel zo’n beetje. [M heeft inmiddels een ander stapeltje boeken aan Milou gegeven.] A: En Milou, hoe is dat bij jou? Mi: Bij mij is het heel goed te doen! A: Dus jij kunt het ‘teveel’ van Annet er wel bij hebben? [A legt de twee boeken van Annet op haar stapel.] Mi: [knikt] Ja, dat is eigenlijk prima.

M: Mooi, dit is echt yin en yang! Jullie horen echt bij elkaar!! A: [legt bij beiden er nog één boek bij] En nu? An: [steunt]

M: [duidelijk tegen Mi] Nou, wat ben je nou voor collega? Help haar eens! Mi: [rolt met haar ogen] Maar ik heb zelf al deze stapel vast! A: Ja, zo redden jullie het natuurlijk nooit!

An en Milou laten even een stilte vallen.

A: [zachtjes] Lieve dames, hoe gaat het nu echt met jullie? An: [begint te huilen] Ik wil dit niet meer zo voelen. Het is zo zwaar. Mi: [legt haar stapeltje boeken weg en legt haar hand op een been van An]

M: [speelt verbaasd] Wat doe je nu? Mi: [fel] Ik troost haar! M: Ja, maar ze blijft wel mooi zitten met die werklast. Die neem je niet van haar af! Mi: Dat kan ik niet! M: Waarom niet? Je kunt er toch een boek van afhalen en wegleggen? Mi: [denkt even na]

A: Probeer eens! Milou pakt aarzelend een boek en legt het dan op de grond.

M: Nee, niet zo. Het moet verder van haar vandaan, anders pakt ze het straks stiekem weer op. Zo’n typetje is het wel! Milou pakt het boek weer en twijfelt.

M: Gooi het eens verder weg! Milou gooit het boek en schrikt een beetje van de klap die het boek maakt.

A: [enthousiast] Ha! Zo, beter! Hoe voelt dat? Mi: Heerlijk!!! M & A: Mooi!

A: Dus zo worden jullie eigenlijk elkaars grensbewakers, want zelf jullie eigen grenzen bewaken zit er niet in! Milou en Annet kijken elkaar aan; de lach keert terug op hun gezicht.

M: Kunnen jullie dat? Mi & An: [in koor] Ja!!A: Ik zie ineens twee hele strenge grenswachters voor me! Toch twee Marjolein Fabertjes op bergschoenen… Milou en Annet schieten in de lach.