De grensbewakers

We zijn bij een grote onderwijsinstelling in het midden van het land. Normaal gesproken hebben we één gast per knipbeurt, maar vandaag is het geen gewone dag: we hebben er twee. Twee dames, collega’s, Annet en Milou.

A: Doen jullie veel samen? An & Mi: [in koor] Ja!

A: Wonen jullie ook samen? An & Mi: [weer in koor, giechelend] Nee.

A: Maar het had wel gekund, toch? An: [De dames kijken elkaar aan.] Ja, het had wel gekund, wat mij betreft. Mi: [lacht] Jaaa, wat mij betreft ook… maar ik heb al een huisgenoot.

A: Jammer eigenlijk, maar ja. M: Jullie hebben ook nog eens hetzelfde type schoenen aan: bergschoenen, toch? Mi: We wandelen graag en doen dat ook nog eens veel samen!

M: Nou zeg, ik vind het allemaal nogal dubbel. Ik hoop wel dat jullie hetzelfde probleem hebben. A: Precies! Alles leuk en aardig, maar nu even serieus: wij behandelen normaal gesproken één probleem per persoon in een kwartier. Jullie zijn met z’n tweeën, maar we hebben nog steeds maar een kwartier. Dus we kunnen jullie alleen helpen als jullie hetzelfde probleem hebben. En nu ik jullie zo hoor, denk ik dat dat een zekerheidje is, toch? An & Mi: [giechelend in koor] Ja, dat klopt!

M: [gaat er eens goed voor zitten] Ik heb er nu al zin in! A: [vrolijk] Nou, zeg het dan maar. Graag weer in koor! Mi: Uh, dat wordt moeilijk… A: Dat is een tegenvaller! Als het in één woord te vangen is, welk woord is het dan? An & Mi: [in koor] Grenzen!

A: Mooi! Grenzen? Komen jullie graag over de grens met jullie gezamenlijke wandelingen? Of gaan jullie samen over de grens bij collega’s? Mi: Nee, we zijn juist grenzeloos! Collega’s gaan over onze grenzen heen! An: Iedereen hier maakt te pas en te onpas gebruik van ons; we bewaken onze grenzen niet goed!

M: Dus jullie zijn een soort Europa: iedereen kan vrij binnenkomen? Geen grensbewaking te zien hier! A: Maar dat is toch juist mooi? Heel gastvrij! Iedereen wil graag in het land van Annet en Milou. Dat zouden meer landen moeten doen. M: Jullie zien er trouwens ook totaal niet uit als Marjolein Faber, maar dat terzijde. Precies wat Arno zegt! Dus wat is het probleem? An: Nou, de workload wordt gewoon te groot! A: De wat? De wurk loot? Mi: De workload, de werklast, we hebben te veel werk!

M: [duidelijk] Nou zeg, kom op, dames! Jullie zien er best sterk uit, hebben goede schoenen aan. Stellen jullie je niet gewoon een beetje aan? Hup, samen even de schouders eronder en gaan! An: [tranen in haar ogen] Nee, het is echt niet grappig, we gaan eraan onderdoor. A: [lacht] Eraan onderdoor? Waarom niet er overheen? Hoe weet je dat je eraan onderdoor gaat? En mooi dat jullie in meervoud blijven praten: “We gaan eraan onderdoor.” Maar ff voor jou: ben jij al eens omgekukeld dan? An: [laat haar hoofd hangen] Nou, bijna wel, ja… Milou is echt omgevallen… Mi: [heeft inmiddels ook tranen in haar ogen] …ja… dat was echt een rottijd…

We vertragen het tempo en laten dit even bezinken.

M: [loopt naar een kast die in het kantoor staat en pakt er een stapel boeken uit] Annet, zou jij deze boeken even voor mij willen vasthouden? An: [kijkt verbaasd en steekt haar armen uit] Ja, uh, maar waarom eigenlijk? M: [glimlacht] Kijk, daar ga je al: je neemt zomaar iets aan van een ander. Zo wordt je workload inderdaad snel groter… Hoe zwaar voelt dit stapeltje boeken voor je? An: [trekt een moeilijk gezicht] Poeh, dit is best zwaar! A: Voelt dit een beetje als het gewicht van jouw werklast? An: Nou, dit is wel erg zwaar! A: [haalt er twee boeken vanaf] En nu? An: Ja… dit is het wel zo’n beetje. [M heeft inmiddels een ander stapeltje boeken aan Milou gegeven.] A: En Milou, hoe is dat bij jou? Mi: Bij mij is het heel goed te doen! A: Dus jij kunt het ‘teveel’ van Annet er wel bij hebben? [A legt de twee boeken van Annet op haar stapel.] Mi: [knikt] Ja, dat is eigenlijk prima.

M: Mooi, dit is echt yin en yang! Jullie horen echt bij elkaar!! A: [legt bij beiden er nog één boek bij] En nu? An: [steunt]

M: [duidelijk tegen Mi] Nou, wat ben je nou voor collega? Help haar eens! Mi: [rolt met haar ogen] Maar ik heb zelf al deze stapel vast! A: Ja, zo redden jullie het natuurlijk nooit!

An en Milou laten even een stilte vallen.

A: [zachtjes] Lieve dames, hoe gaat het nu echt met jullie? An: [begint te huilen] Ik wil dit niet meer zo voelen. Het is zo zwaar. Mi: [legt haar stapeltje boeken weg en legt haar hand op een been van An]

M: [speelt verbaasd] Wat doe je nu? Mi: [fel] Ik troost haar! M: Ja, maar ze blijft wel mooi zitten met die werklast. Die neem je niet van haar af! Mi: Dat kan ik niet! M: Waarom niet? Je kunt er toch een boek van afhalen en wegleggen? Mi: [denkt even na]

A: Probeer eens! Milou pakt aarzelend een boek en legt het dan op de grond.

M: Nee, niet zo. Het moet verder van haar vandaan, anders pakt ze het straks stiekem weer op. Zo’n typetje is het wel! Milou pakt het boek weer en twijfelt.

M: Gooi het eens verder weg! Milou gooit het boek en schrikt een beetje van de klap die het boek maakt.

A: [enthousiast] Ha! Zo, beter! Hoe voelt dat? Mi: Heerlijk!!! M & A: Mooi!

A: Dus zo worden jullie eigenlijk elkaars grensbewakers, want zelf jullie eigen grenzen bewaken zit er niet in! Milou en Annet kijken elkaar aan; de lach keert terug op hun gezicht.

M: Kunnen jullie dat? Mi & An: [in koor] Ja!!A: Ik zie ineens twee hele strenge grenswachters voor me! Toch twee Marjolein Fabertjes op bergschoenen… Milou en Annet schieten in de lach.

Eén antwoord op “De grensbewakers”

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *