Aron wil roeien met andere riemen

Wij zijn bij een financieel dienstverlener in Amsterdam, een groot en snel groeiend bedrijf dat internationaal werkt. De verdiensten zijn er uitstekend, dat is zichtbaar in het mooie oude verbouwde pand in de binnenstad.

Op onze gastenlijst staat hij als Aron aangemeld, maar de dertiger die de kapsalon binnenloopt stelt zich voor als E-ron.

Het gesprek gaat in een razend tempo. Aron weet soms niet waar en naar wie hij kijken moet in de spiegels. Tien minuten later staat hij enigszins beduusd weer buiten.

A: Huh, je heet toch Aron?
E: Ja maar mijn ouders noemen me E-ron, dat is mijn roepnaam.
A: Is dat gebruikelijk in jouw familie? Hoe heet jouw vader?
E: Jaap.
A: Dus jullie noemen hem Jeep.
E: [lacht] Nee, gewoon Jaap…
A: En je moeder?
E: Cecile…uh…ja verwarrend.
A: [chaotisch] Ja, verwarrend! Nou ja, wat kan ik voor je wegknippen?
E: Al mijn problemen.
A: Mooi! Dan pakken we de tondeuse! Snel en effectief!

M: Hoeveel problemen heb je eigenlijk?
E: Ik houd ze niet bij
M: Niet?! Waarom niet? Dat vind ik typisch iets voor iemand die de A en de E omdraait. Typisch…

E: Het grootste probleem is keuzestress over wat ik moet doen!
M: Maar weet je wat je wilt doen?
E: Ehh, nee…
M: Ja, dat geeft keuzestress en dat wordt natuurlijk niets.

E: Moet ik blijven of weggaan?
A: Waar, bij ons? Nee, blijf lekker zitten!
E: [lacht] Nee, bij dit bedrijf.
A: [lacht] Weggaan natuurlijk! Dat weet je zelf ook wel! Tssss. Nu het echte probleem…

E: Soms denk ik dat, ja….
M: Wat? Of dat het echte  probleem is?
E: Nee, dat ik wegga! Dat denk ik dan.
M: Hoe lang ben je hier al? Vijf of zes jaar?
E: Nee, vier jaar.
M: Precies dat! Tijd om te gaan toch?
E: [helemaal in de war, met grimas] Eh…huh, maar…

A: [onderbreekt] Wat geeft twijfel dat je denkt ‘ik moet weg’?
E: Nou, als ik hier over vijf jaar nog werk, wat heb ik dan geleerd? Is het een goede investering geweest?
A: Natuurlijk niet! Je twijfelt niet, je weet het al; je gaat weg!
E: [gespannen] Ja maar, ik weet niet wat er voor in de plaats komt…. dat is eng!

M: Welke sport doe je eigenlijk?
E: [energiek, vrolijk] Ik heb veel geroeid.
M: Met de riemen die je had? Of met andere riemen?
E: [wazig] Euh…
M: Wat vond je de leukste boot?
E: De vier.
M: Dubbel vier of vier zonder.
E: Zonder.

M: Waarom?
E: De combi van een technische boot met snelheid, een team om mee samen te werken en niet zo log als een acht.
M: Denk je veel na als je roeit?
E: Ja, continu! Is mijn haal goed? Wat kan ik beter doen? Wat doen mijn ploegleden?

A: Hoe is het met voelen?
E: [verbaasd] Voelen!?
A: Ja! Hoe voel jij je? Jij bent een wandelend en roeiend brein. PATS. [Arno geeft Eron een klap]
A: Voel je dat?
E: Ja, auw!
A: Dus je voelt! Mooi!
E: Ja, maar ik denk dat ik meer denk dan voel…
A: PATS [hardere klap]
E: [lacht] Auw!
A: Denk je auw of voel je auw.
E: Nee man, ik voel het!
M: Dus je voelt meer dan je denkt toch? Even over voelen hè? [Martijn vertraagd, zijn spreektempo en stem worden veel lager] In de stoel waar je nu zit. Hoe voelt het om te zeggen ‘ik blijf hier nog vijf jaar’.
E: [diepe zucht] Onverstandig.
M: Ga nu eens in de andere stoel zitten. Hoe voelt het als je hier zit en denkt ik ga weg.
E: Onzeker, angstig…
M: Dus onverstandig vs. onzeker. Onverstandig klinkt niet verstandig toch?
E: Uh. Nee?
M: Wil je terug naar die stoel?
E: Nee! Denk ik niet…en het voelt ook zo trouwens [grote glimlach]
M: Dus je blijven zo zitten?
E: Ja!
M: Wat zou je willen doen nu je weg bent hier bij deze club?
E: Een baan zoeken.
A: Nee lul! Wat ga je doen?
M: [beeldend, lyrisch] Het mooiste is ’s ochtends roeien op de Amstel. Als iedereen aan het werk gaat, jij in de boot, iedereen haast, jij in de boot. Heerlijk!

E: [lacht] Heerlijk!! Ik weet als ik hier niet meer zou werken, dan neem ik een jaar vrij. Dan zou ik dat zeker gaan roeien in de ochtend. Maar het zou helemaal fijn als ik dan al wist dat ik na dat jaar een nieuwe baan heb.

M: Dat wordt lastig natuurlijk want de kans is groot dat jij geen baan vindt toch? Zoveel kwaliteiten heb je nou ook weer niet. Dan zit je toch een jaar lang fronsend in de boot straks. Logisch dat jij je daar zorgen over maakt. Wat denk jij Arno?
A: Eens, dat wordt niets met Aron die Eron heet. Eigenlijk lijken Arno en Aron qua naam heel erg op elkaar. Dan zou ik Erno heten…raar…
M: Nee, dat wordt niets.

E: Ja, dat is wat ik denk!
M: Dat is ook feitelijk zo! Jij hebt geen kwaliteit toch?
E: Uhhhh
A: Hoe groot is de kans dat jij nooit meer aan de slag komt?
E: [overtuigd] Nihil!

A: Wil je terug in deze stoel?
E: [overtuigd] Nee!
M: Wanneer ga je de beslissing kenbaar maken?

E: Op moment dat ik een nieuwe baan heb.
A en M slaan beide met hand tegen hun voorhoofd.
A: Je ging toch vrij nemen?
E: Ik voel te veel angst om dat nu te zeggen….

M: What could possibly go wrong. Met al jouw kwaliteiten!
A: Straks zit je weer in zo’n kutbaan. Kun je weer niet roeien.

E: Ja, mannen. Het is wel duidelijk. Oke, dan hak ik de knoop door en zou het half januari zijn!
A: Daar hebben wij wat voor. [Martijn pakt het contract]

E: [tekent contract en leest voor] Ik, Aron, zeg voor februari aankomend jaar mijn baan op.
M: Ho ho…dit is niet goed.
E: [lacht en schrijft erbij] En ik ga een jaar tijd nemen om o.a. veel te roeien in de ochtend!

In het korte achteraf gesprek zegt Aron dat de vertraging en het voelen in de stoelen het omslagpunt was.

Emma is jong en terminaal

We zijn bij een groot bedrijf actief in infrastructurele projecten. Een jonge vrouw stapt nieuwsgierig de kapsalon binnen.

A: Hoi, vind je het spannend?
E: [timide] Een beetje.
A: Ben je bangig aangelegd?
E: uhh, nee.
A: [verbaasd] Wat! Dus je doet nu alsof?
E: Nou dat wil ik niet zeggen, maar mijn probleem gaat wel over iets spannend vinden.
M: Gaat het over sex?
E: [lacht] Wat? Nee!
A: Vertel!
E: Nou ik ben twee jaar geleden afgestudeerd en werk hier nog niet zo lang. Ik heb het gevoel dat hier veel slimme mensen werken en ik wil niets doms zeggen, dus houd ik vaak mijn mond, want ik wil een goede indruk achterlaten.
A: Maar je zegt dus wel af en toe wat toch?
E: Ja, zeker
A: En dan komen er vermoedelijk hele domme dingen uit je mond!
E: Neeee, die dingen zijn wel oke!
A: [gerustgesteld] Ooohhh, gelukkig…dus je bent niet dom!
M: En als je luistert naar die collega’s, hoor je dan dat ze slimme dingen zeggen?
E: [vrolijk] Ja, vaak wel.
M: En waarschijnlijk slimmer dan jij toch? Dus je bent vermoedelijk toch dommer dan zij. Snap je alles wat ze zeggen?
E: Nee, niet altijd
M: [overtuigd] Ja, dat dacht ik al! Toch dom. En stel je dan een vraag over wat je niet snapt?
E: [vertwijfeld]…nee? Denk ik?
M: Dus eigenlijk heb je twee problemen: je zegt niet wat je vindt en je stelt geen vragen.
A: Ben je een beetje een muurbloempje?
E: Nee, zo zou ik mezelf niet omschrijven
A: Maar ik wel. Waarom jij niet?
E: [krachtig en ontspannen ]Nou als ik bij vriendinnen ben, dan ben ik behoorlijk aanwezig en heb veel te vertellen en kan ook wel pittige vragen stellen.
M: Dus je ontneemt je collega’s een veel leukere versie van jezelf. Die laat je alleen aan vriendinnen zien. Leuke collega ben jij!
E: Ik ben bang dat mijn collega’s me niet leuk vinden.
A: Dat lijkt me ook, je bent ook niet leuk. Jij kunt namelijk veel leuker zijn!
M: Hoe zou het zijn als je jezelf wel laat zien hier?
E: [timide] Maar hoe dan?
A: Kun je goed opdrachten uitvoeren?
E: [verbaasd] uhhh, ja, dat denk ik wel…
A: Ik vind het twijfelachtig, maar je doet dan echt je best op een opdracht?
E: Ja!
A: Oke, de opdracht is: elke dag in ieder geval één uur de meest actieve bijdehante versie van Emma te zijn hier op kantoor.
E [lacht opgelucht]…oke, dat ga ik doen…denk ik
M: Denk je? Voor een dom iemand, denk je wel veel!
A: Waarom doe je nu al zo serieus? De meeste mensen doen dat op latere leeftijd pas. Hoe oud ben je?
E: uuhhh, zesentwintig.
A: Zesentwintig, en nu al terminaal serieus!
E: [schrikt en lacht] Terminaal?
A: Vind je jouw collega’s serieus?
E: Ja, de meeste zijn een stukje ouder dan ik en heel serieus.
A: Precies! Daarom krijgen wij er zoveel van hen bij ons in de kapsalon, omdat ze veel te serieus doen. En jij doet het nu al!
M: [bozig] Jij verpest het voor hen: nemen ze eindelijk een jong iemand aan voor wat sprankeling, ga jij serieus lopen doen. Gemenerik!
E: [lacht luid en ontspannen] Ja, echt hè! Errug…. [hand voor de mond]
A: Dus jij spreekt nu met jezelf af om gewoon de spring in het veld te zijn die je bent en dan zien we je over vijftien jaar weer terug als je echt terminaal serieus bent geworden. Deal?
E [springt lachend op uit de stoel] Deal!

Trage Joost

We zijn bij een opleidingsinstituut, alle mensen die de training Persoonlijk Leiderschap doen krijgen een Mentale Knipbeurt. Joost komt de kapsalon binnen. Hij is begin twintig en heeft een vrolijke kop.

A: Vertel Joost, wat is het probleem?!
J: Sinds februari heb ik een nieuwe baan, ik heb veel hobby’s, houd van sporten en heb een vriendin. Ik heb te weinig vrije tijd!
A: Nee, je hebt genoeg tijd, maar bent gewoon traag!
J: Oh, ja…zo kun je het ook zien.
A: Ben je ook traag geboren?
J: Nou ehh, ja ehh…
A: Ja dus. Trage Joost.

A: Dus het is geen verrassing dat dit zo gaat toch? Als je traag bent, moet je doseren en je activiteiten aanpassen aan jouw lage tempo. Dus wat is het probleem?
J: Nou, ik krijg mijn studie niet af en haal geen goede cijfers.
M: Dus je bent niet alleen traag, je bent ook niet zo slim?
J: [verbaasd] Nou, ik ben euh…
A: Kijk Joost, er zijn twee soorten mensen. Je hebt mensen die hebben het op orde, zijn goed voorbereid en halen gewoon hun studie in de daarvoor gestelde tijd. Dat zijn de snelle en slimme mensen. En je hebt mensen zoals jij, die sukkelen en ploeteren totdat ze het opgeven.
J: Ja, de rest van mijn studiegenoten gaan wel hard.

M: Jij hangt er gewoon achteraan! Vind je het erg dat de mensen er wat van vinden? Het is een beetje zoals de Tour de France: je moet binnen een bepaalde tijd binnen zijn, anders mag je de volgende etappe niet meer starten. Werkt dat hier ook zo?
J: Ja! Ik moet 42 studiepunten halen, anders lig ik eruit. En ik zit ook nog ik een soort HBO-groep, dan kan ik deze universitaire studie sneller en in kortere tijd doen.
A: [lacht hard] Wat! Jij, trage Joost, zit in een groep die sneller en in kortere tijd iets voor elkaar moet krijgen?! [lacht]
M: Je speelt boven je niveau man, dit is de Champions League, jij hoort in de Keuken Kampioen divisie thuis!
J: [lacht hard] Misschien is dat het wel ja…
A: Wat zei je?
J: Misschien is dat het wel. Het lijkt inderdaad wel topsport. Het is gewoon zo veel in te weinig tijd.
M: Degradareren dus! Hoe voelt dat?
J: [vrolijk] Dat lucht eigenlijk wel op! Ja, geloof ik wel…
A: Dus als je doorgaat zoals je nu doet, komt het dan wel goed met Joost?
J: Nee…nee, dan stop ik ermee.
M: [gespeeld geschrokken] Wat! Ga je zelfmoord plegen?!
J: [lacht hard] Nee, ik stop niet met het leven, maar wel met de studie! Dus ik wil wel stoppen met dít leven.
A: Ik ben in de war, wil je nu wel of niet stoppen met leven.
J: [lacht] Niet met leven, maar wel met dit leven.
A: Heb je meerdere levens dan?
J: Ja, zo voelt het soms wel.
M: [naar Arno] Moeten we Joost wel laten gaan zo meteen? Hij zegt zulke rare dingen…begrijp jij het nog?

J: [duidelijk] Ik bedoel dat ik niet meer zo hard wil werken, de nieuwe baan en de studie is gewoon teveel.
A: En vergeet je vriendin niet, vraagt zij ook veel energie? Misschien moet je jouw relatie gewoon verbreken. Schept heel veel ruimte hoor!
J: Nee, absoluut niet! Ik ben dol op haar.
M: Dus waar ga je dan mee stoppen?
J: Het voelt als falen.
A: Dat is het ook. Dus je gevoel klopt! Dat is fijn toch?
J: Ik begin vaker met dingen…en dan stop ik weer. Verdomme…deze wil ik wel afmaken, en dan lukt het weer niet…

M: [lacht hard], Arno en Joost lachen mee!

M: Ik vind het wel mooi, je bent traag en niet slim EN ook nog stronteigenwijs!! Je begint vaak met dingen en stopt er dan weer mee. Hoe vaak heb jij je al gestoten tegen dezelfde steen? Joost mag het weten!

Er wordt weer volop gelachen. De opluchting is voelbaar. De duidelijkheid is ook voelbaar. Joost weet het nog niet helemaal, maar er dringt wel degelijk een besef door.

M: En als je nou gewoon zegt: Fuck-it
J: Tegen het streven?
M: Ja! Als het lukt, fijn, zo niet, dan niet.
J: Maar wat ga ik dan doen?
A: Met iets nieuws beginnen…[lacht] en weer niet afmaken!

Wederom wordt er volop gelachen.

M: Ben je gelukkig?
J: [resoluut] Nee! Ik heb het sporten op laag pitje gezet.
M: Dus als je jouw studie inruilt voor sport, wordt je dan gelukkiger?
J: Ja!
M: Wat doe je dan voor sport?
J: Meerdere sporten! Kitesurfen, hardlopen, voetbal en padel.

A: Joost! Ik voel de energie terugkomen als je het hier over hebt, en het stroomt eruit als je het over je studie hebt. Dit gaat over energie. Jij bent meer een beweger dan een stilzitter toch? En ik denk niet dat jij de studieboeken op je surfboard meeneemt. Dus je zit stil als je studeert. Als. Je. Zou. Studeren…

M: Nou, hoe is dat?
J: [helemaal aan] Opgelucht!
A: Dus?
J: Het lukt me niet om nu te zeggen dat ik ga stoppen met de studie.
A: Wel.
J: [verward] Wat?
A: Je hebt het net gezegd. Dat.Ik.Ga.Stoppen.Met.De.Studie. Dus je bent de zin begonnen, en hebt hem afgemaakt. [lacht] Jij kunt iets Joost!

J: Ik wil de studie echt graag afmaken. Maar ik ga het in een langzamer tempo doen! Ik heb een te hoge ambitie neergezet, het lukt gewoon niet. En ik ga meer sporten!

Jente, de liegende kunstenaar

We zijn bij een reclamebureau in het midden van het land. Een hippe, jonge en bruisende organisatie. Alle vijfentwintig medewerkers krijgen een Mentale Knipbeurt. Jente komt binnen. Een knappe vrouw van ongeveer dertig jaar neemt plaats in de stoel.

A: Hoe zit je hier? 
J: Een beetje gespannen. Ik ga morgen op reis, heb net een groot project afgerond en slechte nachten gehad. Daar word ik labielig van… 
A: Waar word je labiel van, van de reis? Geinig woord trouwens:  la-bie-lig. 
J: [glimlacht] Nee, nee, er suist iets onder. 
A: Wat?! Er suist iets onder? Daar word je la-bie-lig van? Dus er is geen onderstroom, maar ondersuis! 
J: Ja! Mijn vriend en ik staan voor een grote fase in ons leven en er is niet altijd verbinding… M: Oh, dus je gaat alleen op reis? 
J: Nee, met een klant. 
M: Dat is geen ondersuis, dat is vreemdgaan! 
J: [lacht hard] Nee, echt niet. Het is een klantreis die onderdeel is van een grote campagne. M: [guitig] Ja ja, een leuke klant… [knipoog] 
J: [lacht heel hard] Nee, oprecht niet. 
A: Wat is eigenlijk het probleem? 
J: Ik eh… ik word gewoon heel snel, eh… misschien is dat wel mijn probleem, eh… ik kan van kleine dingen van de mik raken. 
A: Van de mik? Wat is dat? 
J: Nou, ik word angstig, ga piekeren, dan neemt mijn hoofd het over. 
M: [fluistert] Jente… wat doe jij hier? 
J: [een beetje geschrokken] Eh, hier bij jullie? 
M: [fluistert] Nee, hier, bij dit reclamebureau. Dit zijn allemaal kleine dingen hier, jij bent continu van de mik. Waarom ga je niet weg? 
J: [zachte stem, zachte ogen] Daar ben ik al mee bezig. Ik word blij van mijn creativiteit; het liefst zou ik kunstenares worden. 
M: [enthousiast] Wat goed! Wat ga je maken? 
J: [energiek] Ik kan goed schilderen, objecten maken én verzinnen. 
M: Wanneer ga je beginnen? 
J: [melancholiek] Het liefst gisteren nog. 
M: Wat houd je tegen? 
A: Jente! Kijk eens wat er in jouw gezicht gebeurt. 
J: Ik zie het. Ik word heel blij als het over kunst gaat, en heel zwaar als het over werk gaat. Maar ik heb geen tijd. Nou, ik heb wel tijd voor werk, maar niet voor leuke dingen! 
A: [lacht] Dat vind ik altijd zo mooi aan jou, dat je zulke goede keuzes maakt. 
M: Hoe lang ga je dit volhouden? Hoe oud ben je? Heb je kinderen? 
J: Ik ben 31 en we hebben geen kinderen, maar wel een kinderwens. Dus ik moet meer rust en ruimte hebben. 
A: Wat wordt de concrete stap? Je bent dus met iets nieuws bezig. 
J: Ja, maar dat is gewoon een baan. Ik ben ook een realist. 
M: Wel?! [lacht] Ik denk dat hier iemand zit die helemaal niet realistisch is… een echte kunstzinnige dromer! 
J: [lacht] Ja, maar ik moet ook geld verdienen om te kunnen leven. 
A: Klopt, dat doe je alleen niet. 
J: Wel! Ik verdien toch geld? 
A: Ja, alleen je leeft niet! 
J: [geschrokken] Deze baan put me uit. 
M: Wanneer ga je zeggen dat je stopt? 
J: [twijfelt] Eh, ik ga in gesprek om te zeggen, eh… dat ik meer interne projecten wil, en… 
M: Klinkt lekker duidelijk. 
A: Soms ben je wel heel duidelijk. 
M: Wil je hier werken? 
J: Nee! 
A: Dus wat moet je dan zeggen? 
J: [zacht] Dat ik ga stoppen! 
A: Zeg dat nog eens? 
J: [luid] Dat ik ga stoppen! 
M: Hoe is het om dat te zeggen? 
J: [opgelucht] Op zich geeft dat wel vrijheid, laat ik zeggen… het is heel eerlijk! 
M: Ben jij een oneerlijk mens? 
J: Nee! 
A: [vrolijk] Je zit dus jezelf in de weg! Je liegt tegen je collega’s. Je bent een leugenaar! [lacht] 
J: [lacht heel hard] Ja! Hahahahaha 
M: Jente, de liegende kunstenaar! 

Er wordt voluit gelachen, er is opluchting. 

A: Wanneer ga je het zeggen? 
J: Eerst deze klantreis overleven, dan een weekje vakantie… 
A: Wat ga je doen in je vakantie? 
J: Ik ga proberen deze niet vol te stoppen met sociale dingen; dat is mijn valkuil. Ik wil even niet te veel. 
M: Hoe zou dat zijn? 
J: [voluit] Heerlijk! Ik wil gewoon even niemand zien, beetje klooien in huis. 
A: Hoe ga je dat organiseren? Wat moet je afzeggen? 
J: Nou, ik moet het goed bekijken; sommige dingen kun je niet afzeggen… familiedag bijvoorbeeld. 
M: Nee, dat klopt. Dat kun je zeker niet afzeggen! Al zou het wel lekker zijn. 
J: Pfff, nou, in mijn familie… 
A: Jente! Wat jij doet: jij geeft al je ruimte weg, aan vrienden, collega’s, familie. Dat kost ongelooflijk veel energie. Net zei je dat je rust en ruimte nodig hebt. En je geeft het gewoon weg! Jij wilt wel ruimte, toch? 
J: Ja! 
A: Jij bent een gevoelige vrouw, pikt alle kleine dingen op van anderen, gaat redden, regelen… en je raakt van de mik! Niet alleen zakelijk, maar ook privé. 
M: Wanneer ga je het gesprek voeren? 
J: De week na mijn vakantie. 
M: Met wie? 
J: Met Erik, dat is de manager. 
A: Hoe voelt dat? 
J: Lekker, het geeft lucht… [stilte]…[guitig] eigenlijk wel grappig, ik ben dus een beetje een leugenaar. 
M: Een beetje? Je liegt dat je barst! Je bent de Donald Trump van dit bedrijf! 

Er wordt voluit gelachen, Jente tekent haar contract en gaat vervolgens opgelucht naar buiten.

De grensbewakers

We zijn bij een grote onderwijsinstelling in het midden van het land. Normaal gesproken hebben we één gast per knipbeurt, maar vandaag is het geen gewone dag: we hebben er twee. Twee dames, collega’s, Annet en Milou.

A: Doen jullie veel samen? An & Mi: [in koor] Ja!

A: Wonen jullie ook samen? An & Mi: [weer in koor, giechelend] Nee.

A: Maar het had wel gekund, toch? An: [De dames kijken elkaar aan.] Ja, het had wel gekund, wat mij betreft. Mi: [lacht] Jaaa, wat mij betreft ook… maar ik heb al een huisgenoot.

A: Jammer eigenlijk, maar ja. M: Jullie hebben ook nog eens hetzelfde type schoenen aan: bergschoenen, toch? Mi: We wandelen graag en doen dat ook nog eens veel samen!

M: Nou zeg, ik vind het allemaal nogal dubbel. Ik hoop wel dat jullie hetzelfde probleem hebben. A: Precies! Alles leuk en aardig, maar nu even serieus: wij behandelen normaal gesproken één probleem per persoon in een kwartier. Jullie zijn met z’n tweeën, maar we hebben nog steeds maar een kwartier. Dus we kunnen jullie alleen helpen als jullie hetzelfde probleem hebben. En nu ik jullie zo hoor, denk ik dat dat een zekerheidje is, toch? An & Mi: [giechelend in koor] Ja, dat klopt!

M: [gaat er eens goed voor zitten] Ik heb er nu al zin in! A: [vrolijk] Nou, zeg het dan maar. Graag weer in koor! Mi: Uh, dat wordt moeilijk… A: Dat is een tegenvaller! Als het in één woord te vangen is, welk woord is het dan? An & Mi: [in koor] Grenzen!

A: Mooi! Grenzen? Komen jullie graag over de grens met jullie gezamenlijke wandelingen? Of gaan jullie samen over de grens bij collega’s? Mi: Nee, we zijn juist grenzeloos! Collega’s gaan over onze grenzen heen! An: Iedereen hier maakt te pas en te onpas gebruik van ons; we bewaken onze grenzen niet goed!

M: Dus jullie zijn een soort Europa: iedereen kan vrij binnenkomen? Geen grensbewaking te zien hier! A: Maar dat is toch juist mooi? Heel gastvrij! Iedereen wil graag in het land van Annet en Milou. Dat zouden meer landen moeten doen. M: Jullie zien er trouwens ook totaal niet uit als Marjolein Faber, maar dat terzijde. Precies wat Arno zegt! Dus wat is het probleem? An: Nou, de workload wordt gewoon te groot! A: De wat? De wurk loot? Mi: De workload, de werklast, we hebben te veel werk!

M: [duidelijk] Nou zeg, kom op, dames! Jullie zien er best sterk uit, hebben goede schoenen aan. Stellen jullie je niet gewoon een beetje aan? Hup, samen even de schouders eronder en gaan! An: [tranen in haar ogen] Nee, het is echt niet grappig, we gaan eraan onderdoor. A: [lacht] Eraan onderdoor? Waarom niet er overheen? Hoe weet je dat je eraan onderdoor gaat? En mooi dat jullie in meervoud blijven praten: “We gaan eraan onderdoor.” Maar ff voor jou: ben jij al eens omgekukeld dan? An: [laat haar hoofd hangen] Nou, bijna wel, ja… Milou is echt omgevallen… Mi: [heeft inmiddels ook tranen in haar ogen] …ja… dat was echt een rottijd…

We vertragen het tempo en laten dit even bezinken.

M: [loopt naar een kast die in het kantoor staat en pakt er een stapel boeken uit] Annet, zou jij deze boeken even voor mij willen vasthouden? An: [kijkt verbaasd en steekt haar armen uit] Ja, uh, maar waarom eigenlijk? M: [glimlacht] Kijk, daar ga je al: je neemt zomaar iets aan van een ander. Zo wordt je workload inderdaad snel groter… Hoe zwaar voelt dit stapeltje boeken voor je? An: [trekt een moeilijk gezicht] Poeh, dit is best zwaar! A: Voelt dit een beetje als het gewicht van jouw werklast? An: Nou, dit is wel erg zwaar! A: [haalt er twee boeken vanaf] En nu? An: Ja… dit is het wel zo’n beetje. [M heeft inmiddels een ander stapeltje boeken aan Milou gegeven.] A: En Milou, hoe is dat bij jou? Mi: Bij mij is het heel goed te doen! A: Dus jij kunt het ‘teveel’ van Annet er wel bij hebben? [A legt de twee boeken van Annet op haar stapel.] Mi: [knikt] Ja, dat is eigenlijk prima.

M: Mooi, dit is echt yin en yang! Jullie horen echt bij elkaar!! A: [legt bij beiden er nog één boek bij] En nu? An: [steunt]

M: [duidelijk tegen Mi] Nou, wat ben je nou voor collega? Help haar eens! Mi: [rolt met haar ogen] Maar ik heb zelf al deze stapel vast! A: Ja, zo redden jullie het natuurlijk nooit!

An en Milou laten even een stilte vallen.

A: [zachtjes] Lieve dames, hoe gaat het nu echt met jullie? An: [begint te huilen] Ik wil dit niet meer zo voelen. Het is zo zwaar. Mi: [legt haar stapeltje boeken weg en legt haar hand op een been van An]

M: [speelt verbaasd] Wat doe je nu? Mi: [fel] Ik troost haar! M: Ja, maar ze blijft wel mooi zitten met die werklast. Die neem je niet van haar af! Mi: Dat kan ik niet! M: Waarom niet? Je kunt er toch een boek van afhalen en wegleggen? Mi: [denkt even na]

A: Probeer eens! Milou pakt aarzelend een boek en legt het dan op de grond.

M: Nee, niet zo. Het moet verder van haar vandaan, anders pakt ze het straks stiekem weer op. Zo’n typetje is het wel! Milou pakt het boek weer en twijfelt.

M: Gooi het eens verder weg! Milou gooit het boek en schrikt een beetje van de klap die het boek maakt.

A: [enthousiast] Ha! Zo, beter! Hoe voelt dat? Mi: Heerlijk!!! M & A: Mooi!

A: Dus zo worden jullie eigenlijk elkaars grensbewakers, want zelf jullie eigen grenzen bewaken zit er niet in! Milou en Annet kijken elkaar aan; de lach keert terug op hun gezicht.

M: Kunnen jullie dat? Mi & An: [in koor] Ja!!A: Ik zie ineens twee hele strenge grenswachters voor me! Toch twee Marjolein Fabertjes op bergschoenen… Milou en Annet schieten in de lach.

Karin huilt vanwege de uien

We zijn op een groot landelijk notariskantoor. Karin komt de kapsalon binnen. Ze kijkt onderzoekend om zich heen. Ze is een vrouw van rond de vijftig.

M: Wat is het probleem?

K: Mijn probleem van vandaag is of ik wel of niet naar een bepaald congres moet gaan.

M: Maar dat is toch niet je échte probleem?

A: [streng] We komen hier niet voor kleine probleempjes.

K: [twijfelt en schiet direct vol] Mijn moeder is net overleden. Een maand geleden.

M: Dat is verdrietig, daar mag je best even om huilen.

K: [kijkt op] Nou ja, ik heb eigenlijk nog helemaal niet echt gehuild.

A: [vrolijk] Nou, dan gaan we dat nu maar even doen!

K: Ik huil eigenlijk niet zozeer om mijn moeder, maar meer om mezelf… om wat mij allemaal overkomt.

A: Dus je bent een zielepiet. En wat is je overkomen dan?

M: [guitig] Had je maar gewoon dat congres als probleem gehouden…

K: [schiet in de lach] Nou, ik ben blij dat je even hebt doorgezaagd. Dat was precies waar ik bang voor was. Misschien heb ik het daarom ook wel een beetje opgezocht.

M: Dat gebeurt hier vaker. En ook dat we even streng moeten zijn. Dat we zeggen: “Dat doen we niet. Kom maar op met het echte probleem.”

A: Dus kom maar op! Wat is jou overkomen?

K: Nou, ik heb sowieso geen goede relatie met mijn ouders. 

A: Gelukkig is ze overleden, dat probleem is opgelost!

K: En er is gewoon heel veel gebeurd rondom het overlijden van mijn moeder [begint heel hard te huilen]

A & M laten haar even met rust.

A: [zacht] Je hoeft het hier niet te vertellen. Het is wel goed om het gewoon even te voelen.

K: Ja. Ik heb het al aan best veel mensen verteld, maar ik heb het inderdaad nog niet echt gevoeld, denk ik. [huilt nog wat, zucht diep] Dit lucht wel een beetje op.

A: Zo ziet het er ook uit.

M: [zacht] Even tussen jou en mij: dat congres moet je gewoon niet doen.

K: [schiet in de lach]

M: Dan hebben we dat ook alvast voor je opgelost. Normaal doen we één probleem per keer, maar voor jou maken we een uitzondering.

A: [geint] Het is toch niet het congres voor dochters die net hun moeder hebben verloren?

K: [lacht hard] Oh, dan was ik zeker gegaan. Dan was het geen moeilijke keuze geweest!

M: Maar je mag alleen komen als er ook nog van alles mis was in de relatie.

A: Geen dochters met een héle goede band met hun moeder. Die zijn niet uitgenodigd!

[Ze lachen alle drie.]

A: Hoe is het nu?

K: Ja, ik voel me wel een beetje opgelucht.

A: Kun je dit ook doen als je alleen bent, dat doorvoelen?

K: Er zit gewoon nog heel veel boosheid.

A: Kun je opschrijven waar je zo boos over bent?

K: Nee, dat denk ik niet.

M: Is er een plek waar je goed kunt voelen?

K: Ja, thuis wel.

A: Waar precies?

K: In mijn luie stoel. Ja, dat is een fijne plek.

M: Ben je daar alleen? Kun je daar echt even alleen zijn?

K: Ja, daar kan ik wel echt alleen zijn.

M: Als je daar dan zit, in die stoel, hoe lang zou je dan bezig willen zijn met dat gevoel?

K: Ik heb dat al geprobeerd, maar dan druk ik het meteen weer weg.

M: Je moet ook oefenen natuurlijk. Met hoeveel tijd zou je willen beginnen?

K: Tien minuten?

A: Wil je er echt zo bewust mee bezig zijn?

K: Weet ik niet…

A: Je kunt ook gewoon kijken hoe lang je erbij kunt blijven, bij dat gevoel. Je zit zo erg in je hoofd de hele tijd…

M: Je kunt ook een foto van Arno en mij maken en die bekijken – dan kun je meteen weer even huilen…

K: [schiet in de lach]

A: We zijn dan net een ui – je moet gelijk huilen.

M: Misschien bén jij wel een ui! Je moet door heel veel lagen heen om te voelen.

A: Wanneer ga je beginnen met pellen?

K: [zucht diep en kijkt zichzelf aan in de spiegel] Straks, als ik thuis ben.

A: Zou je het dagelijks kunnen doen?

K: Voor ik naar mijn werk ga?

M: Nou, als je zoveel moet huilen als net, is het handiger om het na je werk te doen.

K: [lacht] Ja, goed idee. Het is goed om het dagelijks te doen. Maar het zal wel moeilijk zijn.

A: We willen allemaal het liefst weglopen van een vervelend gevoel. Maar de kunst is om erbij te blijven. Ernaast te gaan zitten. Bij dat gevoel. Als je dat doet, ontstaat er langzaam ruimte.

K: Ja, het voelde net eigenlijk best fijn. Dat had ik niet zien aankomen.
Dank jullie wel!

Debby, een trio en rotkinderen

We zijn weer terug bij een financiële dienstverlener in Amsterdam. Debby komt voor een mentale knipbeurt, een dame van midden veertig met een open uitstraling.

D: Hoi, ik ben er weer… voor de tweede keer

M: Ja, wat een teleurstelling! Moeten we weer iets met je oplossen?


A: Wat gezellig dat je er weer bent! Ik dacht al dat ik je herkende. Half jaartje geleden toch?


D: [lacht] Ik kom wel weer voor hetzelfde!


M: Oh? Wat had je de vorige keer met jezelf afgesproken te gaan doen?


D: Dat ik eerlijk zou zijn, me zou uitspreken en dan zou zien wat er gebeurde.


M: Wat een waardeloze afspraak, dat kun jij toch helemaal niet?!


D: Nou, het is wel een beetje gelukt.


A: Fijn! Wat is dan nu het probleem?


D: Weten jullie nog dat er een derde partij in onze relatie is? Ze heet Eveline, en mijn man en ik hebben haar er graag bij! Ik kom uit een gelovig nest, dus het is wel een dingetje.


A: Wat een geweldig idee! Wat is het probleem?


D: Zoals gezegd, ik ben heel eerlijk geweest en we hebben het de kinderen verteld.


M: Mooi, eerlijkheid duurt het langst. Dus wat is het probleem?


D: Het was verschrikkelijk!


A: Wat, het trio?


D: [lacht en huilt] Nee! Het vertellen aan de kids… [Debby moet even bijkomen voordat ze verder gaat]


D: [diepe zucht] De kinderen vinden het prima als Eveline erbij is, maar als ze er niet is, vinden ze er wat van.


M: Sorry, maar ik snap nog steeds niet wat het probleem is?


D: [tranen] Het gaat over moederschap… ben ik wel een goede moeder als ik het doorzet?


M: Lijkt me duidelijk toch?


D: [huilt] Ik vind mezelf egoïstisch als ik het doorzet.


M: [leunt voorover, verzacht zijn stem] Wat voel je, wat wil je?


D: [kijkt op] Eigenlijk weet ik wel wat ik wil. Ik wil dat het stopt. Ik heb het ook al uitgemaakt… maar dit is het grootste probleem… ik wil niet dat de kinderen… dat zij… ik ben gewoon geen goede moeder…


M: Wat een rotkinderen heb jij, zij gunnen jou niet eens een fijne relatie!


D: [duidelijk] Nee! Het is mijn verantwoordelijkheid. Ik wil niet dat zij het er moeilijk mee hebben.


A: Maar daar ga jij niet over, dat is van hen. Hoe voel jij je nu als moeder?


D: Het is nu soort van uit, zeg maar…


A: Wat!! Met je kinderen? Dat vind ik wel…


D: Nee! Met Eveline… eigenlijk voelen we allemaal: het is helemaal geen goed idee. Ach, het komt erop neer… het is allemaal…


M: [lacht] Ik vind het zo mooi dat je zo lekker concreet bent!


D: Eigenlijk vinden… we… allemaal… wandelend hoofd… Ik… nou ja zeg, ik kom niet uit mijn woorden!


A: [laag tempo, kijkt naar Debby via de spiegel] Hoe is het met je?


D: Ik ben een wandelend hoofd, maar het is eigenlijk wel rustig daar.


M: [verbaasd] Rustig?


D: Nee, nach, acht…


M: Je zegt gewoon maar wat!


D: [lacht] Het is helemaal niet rustig.


A: En hoe is het met jou in al deze onrust?


D: Ik heb… eh… dat…


A: Hoe is het met jou? Kijk eens in de spiegel.


D: [verdrietig] Kutspiegel.


A: De kutspiegel zit over het algemeen veel lager.

Er wordt luid gelachen.

A: Wat zou je tegen de kinderen willen zeggen, als mens?


D: Wat een mooie vraag… dat ik van ze hou; ze geen pijn wil doen.


A: Mag ik je aanraken? [Debby knikt, A. pakt haar schouders] Er zit heel veel emotie in jou, toch?


D: [begint heel hard te huilen] Mijn hoofd wil iets anders dan mijn hart.


A: Wat wil je hart dan?


D: Nou ja… zeggen wat ik voel. Kutvragen…


M: Je bent wel gefixeerd op ‘kut’, dat verklaart de hele situatie misschien…
Debby moet heel hard lachen en huilt verder.


D: Dit zouden kinderen niet hoeven meemaken toch? We zijn al dertig jaar samen; dat kan toch niet? Ik vind het gewoon heel lastig. ‘Zijn wij dan niet genoeg?’, vragen ze mij.


A: Blijkbaar niet! Alles is heel druk: jouw lijf, jouw hoofd… Wanneer kom jij tot — pffffffff — ontspanning? Het is een warboel. Als we je een vraag stellen: hup, onrust. En als je rustig wordt, word je emotioneel. Best vervelend allemaal, toch? Ontspan eens!


M: Wat gebeurt er als je alle ballen zou laten vallen?


D: [alert] Allemaal?


M: Ja! Hoe ziet dat er dan uit? Je stopt gewoon. Het gaat even niet meer.


D: Ik had dus een plan. Mijn man wil heel graag door, Eveline ook heel graag. Toen ik het stopte, voelde ik veel rust, maar was iedereen teleurgesteld… dus daarom zijn we maar weer begonnen.


M: Fuck Eveline! Fuck je man! Fuck je kinderen! Jij hebt rust nodig.


D: Maar wat doe ik in die tussentijd?


A: Niks!


D: [in de war] Ja… maar Eveline…


M: Weer een bal. Laat hem vallen.


D: En toen dacht ik: ‘Mooi, zij stopt het. Eveline maakte er een einde aan’. Mijn lijf ontspande.


A: Mooi! Jij bent druk bezig met het oplossen van de problemen van de rest. Doe zo’n hanger aan de deur met ‘Do Not Disturb’ erop.


M: [rustig] Neem de tijd.


D: [iets trager] Zij, de kids en Eveline willen sneller dan ik…


M: [rustig] Doe het op jouw tempo. Je laat je opjagen, dat snap ik heel goed. Misschien zegt Eveline dan wel: ‘Daar kan ik niet op wachten’… dat is dan aan haar.


A: Wat een kutwijf is het eigenlijk, het is allemaal haar schuld! Ze helpt jouw hele gezin naar de kloten.


D: [glimlacht] Nee, dat niet. Maar goed, ik ben wel een stapje opgeschoten na de vorige keer.


M: Het is ook niet niks. Je weet het gewoon nu niet.


D: Maar als ik het wél wil doorzetten?


A: Debby, je geeft aan dat je twee keer rust hebt ervaren: toen jij ermee stopte, en toen zij er een einde aan maakte. Jij hebt rust nodig, toch?


D: Ja! Ik ben zo moe…


A: Dus hoe krijg je rust?


D: [diepe zucht] Door te stoppen.


M: [guitig] Ik weet het niet hoor, Debby, ik zou nog ff doorzetten.


D: [lacht bedroefd] Nee, echt niet! Ik voel het weer een beetje, de ontspanning. Ik ga het stoppen.


M: Mooi, zien we je de volgende keer weer, Debby!

Debby lacht en staat zichtbaar opgelucht uit de kappersstoel op.


D: Dank jullie wel!

Jacqueline gaat prutsen

Jacqueline is rond de vijftig. Ze werkt voor een overheidsorganisatie in het midden van het land. Ze kijkt met een klein lachje rond als ze plaatsneemt in de kappersstoel.

A: Hoi, heb je er een beetje zin in?
J: [opgewekt] Ja, ik ben vooral nieuwsgierig wat er gaat gebeuren hier. Mijn collega’s zeiden dat het heel leuk is.
A: En dan hebben ze vast ook verteld dat we een probleem bij je wegknippen. Wat gaat het worden?
J: [vrolijk] Nou, om heel eerlijk te zijn: alles loopt eigenlijk wel op rolletjes bij mij.
A: Wat heerlijk! Alles goed thuis?
J: Ja, met mijn man en kinderen gaat het goed.
A: Wat fijn! Werk ook goed?
J: Ja… ik loop wel eens tegen wat dingetjes aan natuurlijk.
A: Dus je neemt geen ontslag?
J: [uitgesproken] Neee! Ik werk hier nu pas drie jaar. Hiervoor heb ik twintig jaar in de commerciële sector gewerkt.
A: Ja, dan gaat het hier natuurlijk een stuk trager. Wel lekker toch, nu jij ook wat ouder wordt?!
J: Nou, ze zijn hier best innovatief bezig en ook wel ambitieus, maar knopen doorhakken… dat zou wel wat vlotter mogen.
A: Dus je zit niet op de goede positie?! Je moet door naar een knopenhak-positie, toch?
J: Ik zit wel op een goede plek. Inhoudelijk past het me helemaal, maar het duurt allemaal te lang voor er beslissingen genomen worden.
A: [vermoeid] Pffffff ambtenaren….
J: Als ik iets voor elkaar wil krijgen, moet ik een memo schrijven.
A: Ben je daar niet goed in: duidelijke memo’s schrijven?
J: Uuhhh, ik licht graag iets persoonlijk toe. Daar ben ik sterker in.
A: Maar je moet dus ook memo’s schrijven toch? En wat gebeurt er nu met die memo’s die je schrijft?
J: [beteutert] Die lopen vast…
A: [verbaasd] Vast? Hoe bedoel je, hoe kan een memo nou vastlopen?! Hebben ze geen goede banden? Komen ze in de modder vast te zitten?
J: [lacht] Ja, zo voelt het wel. Ze zakken in de bureaucratisch drek! Ze gaan niet verder…
A: Dan zeg je toch: loop even door, memo! Of trek je hem uit de drek?
M: [enthousiast] Of je helpt ze een handje en schuift ze onder de deur door!
J: [lacht hardop] Ja, dat zou mooi zijn. Het kan hier echt een half jaar duren soms!
M: Ben je niet gewoon aan het zeuren? Alles zit mee, en je klaagt hier over een klein dingetje…
J: [beetje verontwaardigd] Nou, het gaat om grote dingen hoor, die belangrijk zijn!
A: Hoezo belangrijk, wat is dit voor een verschrikkelijke organisatie, belangrijke dingen lopen vast in de drek, volgens mij vind niemand jouw memo’s belangrijk!
J: [verbaasd, beetje geirriteerd] eh, nou, eh nee…
M: En wat doet het met jou?
J: Ik vind het gewoon zonde. Zonde, want we moeten toch echt verder!
A: Ik vind wachten op een stoplicht ook zonde, maar daarna ga ik verder. Waarom stel je je er niet gewoon op in dat het hier zo gaat?
M: Neem je het allemaal niet een beetje te serieus?
J: [fel] Ik bén serieus! En dat verwacht ik ook van mijn collega’s.
M: Ik heb een beetje rondgekeken hier, maar ik ben bang dat er best wel wat prutsers rondlopen…
A: En volgens mij vinden die het helemaal niet erg om te prutsen…
J: Je kunt je in ieder geval wel goed voorbereiden, toch? Dat is het minste…
A: Hoe heb jij je man leren kennen?
J: [verbaasd] Uuhhh, in het café…
A: Was je goed voorbereid?
J: [lacht] Nee, het was een toevallige ontmoeting.
M: Oh, dat vind ik wel slordig van je!
A: Maar het is wel goed gekomen toch?
J: [mond vol tanden] …uh, ja?….
M: En je kinderen? Heb je die goed voorbereid?
J: Nee, die…
M: Heb je je man daar geen memo over gestuurd? Prutser!
J: [we horen een kwartje vallen]
A: Wat verwacht je nu precies van je collega’s?
J: [denkt even na] …Dat ze iets oppakken als dat moet gebeuren…
M: En pakken jouw man en kinderen ook gelijk alles op als je zegt dat er iets moet gebeuren?
A: Soms kost het even tijd, soms net nog iets meer tijd, en soms verandert er in de tijd weer wat waardoor het toch niet opgepakt hoeft te worden.
M: Zou jij soms ook wat kunnen laten liggen, ook al denk je: dat moet ook gebeuren?
J: Dat zou als falen voelen!
A: Dat is het ook! Maar in ieder geval ben je er dan bewust mee bezig.
J: Dat zou ik heel moeilijk vinden… Ik wil ook dat mijn collega’s me goed vinden…
A: Ja, maar dan moet je eerst jouzelf goed vinden! En dat is nog niet zo toch?
J: Ik wil het gewoon heel goed doen, geen fouten maken….
M: Dat vind ik zo mooi aan jou, jij blijft het jezelf moeilijk maken, en tegen beter weten in! Kun je iets laten vallen?
J: Hoe bedoel je?
A: Doe je handen open [Martijn legt er een kapperschaar in]…En laat maar vallen nu! Doe je handen open en hop!
J: Dat is zonde!
M: Nee, dat is menselijk! Soms maak je een foutje, ben je niet scherp, laat eens een steekje vallen!
M: Ik denk dat ze jou veel leuker vinden, als je af en toe iets minder goed doet! Ook even prutst.
A: Dan lijk je ook meer op ze!
M: Durf je het aan om in ieder geval één keer per week te prutsen?
J: [denkt even na] Hmmm, ik vind het wel eng, maar ik wil het wel gaan proberen, ja.
M & A: Prutser!!

Dorina en haar kletsnatte stroopwafelijs

Dorina werkt bij een grote onderwijsinstelling in het zuiden van het land.
Een beetje onzeker neemt ze plaats in de kappersstoel. Ze kijkt naar de grond.

A: Hoi, zou je eens in de spiegel willen kijken en vertellen wat je ziet?
D (kijkt omhoog, met tegenzin) Nou, ik zie gelijk dat ik te dik ben, dat ik problemen heb met mijn gewicht.
A: Dat lijkt me geen probleem! Gezellig ook. Toch?
D: Dat ik geen ‘nee’ kan zeggen tegen al het lekkers dat mij altijd maar aangeboden wordt.
A: Heerlijk! Wordt er veel gesnoept hier?
D: Ja, veel jarigen nemen wat lekkers mee om te trakteren.
A: Super toch! Heb je vandaag al wat lekkers gegeten?
D: Ja, maar er was niemand jarig. Er stond gewoon een volle pot M&M’s en die is nu een stuk leger… Ik zit ook een beetje met mijn bloeddruk…
A: [vrolijk] Ook nog! Eigenlijk hoor ik nu drie problemen!
M: Je mag er maar één kiezen. Je zegt: mijn gewicht, ik kan niet nee zeggen tegen lekkere dingen én ook nog dat je hoge bloeddruk hebt. Dat zijn er drie, toch?
D: Ja, maar het heeft allemaal met elkaar te maken.
M: Echt? Hoe weet je dat? Ben jij een dokter?
D (lacht hardop) Nee, maar iedereen weet toch dat het slecht voor je gezondheid is… snoepen…
M: Ja, maar voel je je verder goed?
D: Dat gelukkig wel, maar ik merk wel dat mijn gewicht me een beetje in de weg zit.
M: Dan moet je het gewicht gewoon wegdoen toch?  Hoelang is dat al zo?
D: Een jaar, denk ik.
M: [plagerig] Zit je gewoon een beetje te zeuren? Wat doe je er eigenlijk aan?
D: [lacht] Nou, ik kon vroeger veel beter nee zeggen. Toen ging het heel goed.
M: [verbaasd] Dus je kunt wel nee zeggen!
D: Dat was een tijdje terug. Ja, maar nu lukt het niet meer.
A: Huh? Wat is er gebeurd?
D: [zachte stem] Nou ja, mijn moeder is ziek geworden en niet zo lang geleden overleden.
A: Da’s gek?! Dus toen je moeder nog leefde kon je nog nee zeggen. Heeft zij het woordje ‘nee’ meegenomen in haar graf?
D: [glimlacht] Ja, denk ik.
A: [warm] Dus na het overlijden van je moeder ben je even een beetje uit balans.
D (knikt)
A: Een beetje verdrietig.
D: [waterige ogen] Ja.
A: En dan ga je nu wat makkelijker door het leven door gewoon eventjes ‘ja’ te zeggen tegen alles wat lekker is? Ik vind dat een heel normale reactie eigenlijk, toch?
D: Ja, dat is ook zo. Maar op een gegeven moment…
M: Hoelang is ze nu overleden?
D: Een paar maanden geleden, in juli…
M: Hoelang duurt rouwen eigenlijk? Een jaar?
D: Ik weet het niet, het zou kunnen.
M: Dat is mooi! Dus dan zou je kunnen zeggen: ik doe dit nog eventjes tot juli volgend jaar en dan ga ik weer gewoon letten op mijn eten.
A: [vrolijk] Leeft je vader nog?
D: [zacht] Nee.
A: Ah, fijn! Dat is gunstig, want dan loop je niet het risico dat het weer gebeurt als je er net van af bent.
D [glimlacht] Ik ga nooit meer terugvallen.
M: Wat mis je het meest?
D (denkt even na) De gesprekken, denk ik. Gewoon… je hebt zo vaak dat je denkt: oh, dat had ik even met haar kunnen bespreken of dat zou zij wel weten. Dat soort dingetjes.
M: En als ze er nu zou zijn, wat zou ze dan tegen je zeggen?
D: Ik heb geen idee, ik kan het zelf niet bedenken.
A: Dus ze was niet heel duidelijk, je moeder?
D: Nou, ze heeft zelf ook wel meerdere pogingen gedaan om af te vallen, maar toen ze wat ouder werd, had ze het probleem om juist op gewicht te blijven.
A: [vrolijk] Ooohh, jij bent gewoon aan het bufferen voor later. Met het extra gewicht nu kom je goed uit later als het er vanzelf af gaat. Net als bij je moeder! Goed bezig zeg!
M: Eigenlijk ben je dus beter bezig dan je moeder, jij kijkt tenminste vooruit.
D [beetje overvallen] Nou ja, zo zou je het ook wel kunnen bekijken…
A: Ik zou het zeker zo bekijken!
D: Ja, dat is wel de makkelijkste manier om het zo te bekijken.
A: Sterker nog, je weet niet eens of straks alles nog wel beschikbaar is. Als je kijkt naar hoe de wereld ervoor staat en wat er gebeurt… Misschien kun je straks wel niet meer alles kopen. Dan kan je het beter nu vast hebben dan straks gewoon voor een lege schap staan. Dan denk je: ‘had ik het nou maar gedaan’. Misschien zou je moeder wel zeggen: ‘Zo moet je het doen, lieverd!’
D [tranen wellen op in haar ogen]
M: Is het echte probleem eigenlijk niet dat je je moeder mist?
D [knikt]
A: Kun je eigenlijk wel een beetje goed janken?
D [knikt weer]
A: Dat wil ik wel eens zien! Maar kun je wel GOED janken?
D [kijkt weer omhoog in de spiegel] Ik weet het eigenlijk niet…
M: Stel nou dat je het eens echt gaat opzoeken? Het echte janken. Want je mist je moeder gewoon.
D: Ja, dat kan wel, denk ik.
M: Hoe ga je dat doen?
D: [vrolijk] Nou, aan zielige dingen denken bijvoorbeeld.
M: Aan je zielige zelf. Dat je even een zielig momentje met jezelf uitzoekt.
A: Weet je, gevoel wil gevoeld worden. Er zit nog veel verdriet in jou dat gevoeld moet worden.
Als je daar geen aandacht aan schenkt, dan blijft dat en het beïnvloedt heel erg je gedrag.
M: En wist je dat janken en eten goed samen gaan?
A: Precies! Stel nou dat je allemaal lekkere dingen koopt en denkt: ‘Nou, die eet ik alleen maar in mijn emotionele moment. Als ik aan het janken ben.’ Je eet ze dan niet op een ander moment!
D (veert op) Ja, dan ga ik er echt even voor zitten.
A: Kijk, je maag knort al.
D: [opgewekt] Ja, ik krijg weer trek!
M: Ja, maar ga je dan zo hier janken op kantoor? Want alleen dan mag je eten, weet je wel.
D: (zucht)
M: Stel nou dat je zegt: ‘Ik ga ieder weekend een momentje voor mezelf zoeken om te voelen hoe het is om mijn moeder te missen.’ Hoe klinkt dat?
D: Dat klinkt wel fijn.
M: Wat ga je snoepen dan?
D: Stroopwafelijs!!!
A: Ik zie het helemaal voor me: zo’n grote bak zeker.
M: Mag je wel oppassen dat je geen brainfreeze krijgt!
D [lacht] Ik zie mezelf al, zoals in die films waarin zielige vrouwen dan zo’n dikke bak ijs wegwerken!
A: Precies! [zingt] Net als in de film, ik wil het! En dan van die enorme tranen in een huilbui, heerlijk!
M: Wat is dan de beste dag?
D: [resoluut] Zondag is de beste dag!
M: Hoe laat?
D: Zeven uur! Dan kijkt mijn man toch voetbal.
A: Klinkt als een plan!
M: Nou hup, snel kopen die bak stroopwafelijs!

 

Scherm uit, Helga aan

We zijn bij een groothandel in fruit. Helga is een vlotte vrouw van begin vijftig. Ze is onze eerste klant vandaag. Ze komt gehaast binnen en moet nog even bijkomen van haar fietstochtje naar werk.

M: Zo, even lekker zitten en uit zweten, glaasje water erbij.
H: [zucht even diep en glimlacht] Dankjewel.
M: Hoe lang doe je er over, van huis naar werk?
H: Uh, ongeveer een half uurtje.
M: En kijk je dan vooral om je heen of zit je veel in je hoofd.
H: Hmm, ik denk best wel wat na…denk ik.
M: Denk ik! Mooi! Dan heb je vast goed nagedacht over welk probleem je kwijt wilt!
H: Uhhh, nee, eigenlijk niet.
M: [verbaasd,geagiteerd ] WAT?! Onvoorbereid? Mooie boel is dat! Is dat een beetje je levenshouding? Dan snap ik het wel..
H: Ene keer wel, de andere keer niet.
M: Waar denk je dan wel over na en waar over niet?
H: Nou, mijn werk bijvoorbeeld.
A: [vrolijk] Of je naar je werk gaat of niet?
H [lacht] Nee…nou ik heb niet altijd zin om te gaan.
A: Precies! Je hebt natuurlijk stomme collega’s en daar heb je niet altijd zin in.
H: NEE! Mijn collega’s zijn echt leuk!
M: Wat is er dan wel stom aan je werk?
H: Nou, dan kijk ik naar mijn scherm en dan komt er van alles op me af en dan weet ik niet waar ik mee moet beginnen.
M: En wat komt er dan op je af? Ik heb het gevoel dat je in een ruimteschip zit en dan al die sterren en andere ruimteschepen je aanvallen!
H: [enthousiast] Ja, zoiets! Dan komen al die pop-ups vanuit mijn agenda!
A: En die moet je dan proberen weg te schieten, een soort game!
H: [lacht] Ja, zo voelt het wel!
A: Getver! Wat irritant, lijkt me dat.
H: [kijkt vies] Ja! Dat is het ook. Het is zoveel..
M: Die zie je liever niet toch?
H: Nee!!
A: Dus waarom zet je je scherm niet uit?
H: [staart een beetje beduusd naar zichzelf in de spiegel] huhhhh
M: [ogen dicht, vertraagd] Lijkt me heerlijk rustig…zo’n zwart scherm!
A: Alsof je even naar de binnenkant van je ogen kijkt!
H: …
M: Hoe zou dat voelen?
H: Ja, uhhh…wel lekker denk ik…kan ik me even concentreren op wat echt belangrijk is; wat echt af moet.
M: En hoe lang zou dan dat scherm uit moeten blijven denk je?
H: Ja, dat is een goede vraag!
M: Dankjewel.
H: Ja, er staan natuurlijk wel afspraken in die ik…
A: [streng] Ja, die staan er dus nu even niet!
H: …klopt…dat is ook zo…hmmm…
M: Hoe voelt een half uurtje?
H: [voelt even] Goed!
A: En zeg je dan tegen je collega’s “Helga zet nu even haar scherm uit”.
H: Oh, dat vinden ze misschien wel een beetje gek…
A: Ja, dat is ook zo….ik zou het maar laten. Lijkt me slecht idee…
H: [twijfelend] Nja, ik weet het niet..
A: Nee joh! Gewoon direct het scherm aan en knallen maar!! Heerlijk! Lekker direct stress, schijnt hartstikke goed voor je te zijn!
H: [lacht] Wel! Ik ga het wel doen. Dan begin ik veel fijner en weet zeker dat ik mijn werk prima af krijg. Maar het lijkt me toch een beetje gek!
M: [lacht] Maar dat ben je ook, dus gek is dat niet.
A: En trek jij je daar wat van aan eigenlijk?
H: …Nee, ik denk het niet eigenlijk…
M: En wanneer ga je hiermee starten?
H: [opgewekt] Nou, vandaag zou wel kunnen.
A: [bozig] Wel kunnen? Ga je het nou doen of niet?
H [ineens kordaat] JA!
M: Dus elke dag een half uurtje uit?
H: [enthousiast] Nou, misschien wel langer! Drie kwartier kan ook.
M&A [in koor] Wow, dat is wel erg lang!
A: Je bent echt een beetje gek!
M: Wanneer start je hiermee?

H: Ik denk dat ik het eerst thuis wil proberen. Ik werk twee dagen thuis.
M: Vanaf wanneer?
H: Volgende week!
A: En wanneer ga je op kantoor ermee starten?
H: hmmm, twee weken daarna, denk ik.
M: Heb je nog hulp nodig van iemand op kantoor?
H: Ja, er is wel een collega die ik ga vragen om me hier mee te helpen. Een steuntje in de rug, goed idee!
M: [klap in handen] Mooi, dan gaat het scherm dus uit en Helga gaat aan.
H: Ik heb er nu al zin in!